Het hoofd boven water houden

Ik hoef je niet meer te vertellen dat wanneer je in een situatie terecht komt, waarbij je letselschade oploopt, je vele kosten maakt. Men denkt bijvoorbeeld aan het direct moeten aanspreken van het eigen risico; medische kosten van een behandeling door een medisch specialist en het verlies aan verdienvermogen. De ervaring leert dat deze kosten aanzienlijk hoog zijn. De ervaring leert ook dat het bij sommige letselschadezaken erg lang kan duren, alvorens een eindregeling wordt getroffen. Ondertussen heb je dan al wel hoge kosten gemaakt. Is het wellicht mogelijk om een voorschot op het totale schadebedrag te verkrijgen? Deze vraag kan ik bevestigend beantwoorden. In deze blog wil ik je hier graag meer over vertellen.

 

Een letselschadezaak wordt pas afgerond wanneer de benadeelde de medische eindtoestand heeft bereikt. Dit houdt in dat medisch specialisten het erover eens zijn dat er helaas geen verbetering meer zal optreden dan wel de benadeelde geheel hersteld is. Zoals eerder gemeld is, maakt je vóór die tijd al kosten. In dat geval is het mogelijk om een voorschot op het totale schadebedrag te verzoeken teneinde niet in financiële moeilijkheden te raken. Wanneer je om een voorschot verzoekt voor een bepaalde schadepost, dan dient deze aannemelijk gemaakt te worden. Met andere woorden: je dient te bewijzen dat deze kosten gemaakt zijn dan wel dat je hiervoor kosten gaat maken. Wanneer een verzoek tot verstrekking van een voorschot door de aansprakelijke wederpartij wordt toegewezen, wordt dit bedrag afgetrokken van het uiteindelijke schadebedrag. Een voorschot betreft namelijk een vooruitbetaling op het volledige schadevergoedingsbedrag.

 

Een voorschot bied je kortom financiële steun, wanneer je betrokken bent geraakt bij een ongeval met letselschade tot gevolg. Door middel van deze vooruitbetaling kun je reeds gemaakte kosten voldoen zonder dat je krap bij kas komt te zitten. Ik begrijp dat het aanvragen van een voorschot op de slotbetaling als ingewikkeld wordt ervaren. Dit is niet geheel onterecht, aangezien het niet altijd duidelijk is ten aanzien van welke schadeposten je een voorschot kunt verzoeken. De deskundige letstelschadejuristen van Schade24 zoeken dit graag voor je uit. Je kunt hiervoor altijd contact opnemen met Schade24. Wij zijn op werkdagen van 9:00 tot en met 17:00 telefonisch te bereiken op telefoonnummer 024-6793842. Daarnaast kun je ons een e-mailbericht sturen via info@schade24.com.

Smartengeld

Het is een schadepost die je vaak terugziet in het nieuws: smartengeld. Smartengeld is een vergoeding voor geleden immateriële schade. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit pijn of verdriet dat je hebt geleden na een ongeluk. Het is dan ook niet gek dat smartengeld vaak in het nieuws komt.

 

In het nieuws

Zo is smartengeld onder meer een belangrijk onderwerp bij de MH17-vliegramp en de aardbevingsproblematiek in Groningen. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bepaalde in december dat bepaalde groepen slachtoffers van de aardbevingen in Groningen recht hadden op smartengeld. Recent werd bekend dat de NAM hiertegen in cassatie gaat.

Ook met de MH17-ramp kan smartengeld een belangrijke rol spelen. Vorige maand bleek uit een opinieonderzoek dat 55 procent van de Russen van mening is dat de slachtoffers van de ramp smartengeld van Rusland moeten ontvangen als uit onderzoek blijkt dat Rusland verantwoordelijk is voor het ontstaan van de ramp.

De hiervoor genoemde voorbeelden zijn natuurlijk heftige zaken die veel mensen in hun grip houdt. Het is gelukkig echter ook mogelijk om aanspraak te maken op smartengeld bij vaker voorkomende incidenten zoals verkeersongevallen.

 

Voorwaarden

De wet onderscheidt drie situaties waarbij je recht hebt op smartengeld:

1. Wanneer je nadeel hebt opgelopen door iemand die daartoe het oogmerk had.
2. Wanneer je lichamelijk letsel hebt opgelopen, in je goede naam of eer bent geschaad of op een andere wijze in aan persoon bent aangetast.
3. Indien de nagedachtenis en de goede naam of eer van je levenspartner of een verwante in de tweede graad is aangetast.

Bij verkeersongevallen zal vooral de tweede situatie van belang zijn. Om recht te hebben op een  smartengelduitkering is het natuurlijk wel van belang dat het nadeel is ontstaan door de tegenpartij. De wederpartij is immers enkel verplicht tot het doen van een schadevergoeding indien zij ook aansprakelijk is voor het ontstaan van het ongeval.

 

 

 

1. Hof Arnhem-Leeuwarden, 17 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10717

2. https://www.dvhn.nl/groningen/Onbegrijpelijk-dat-de-NAM-in-cassatie-gaat-tegen-uitspraak-over-smartengeld-voor-Groningers-25444373.html?harvest_referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

3. https://eenvandaag.avrotros.nl/item/meerderheid-russen-wil-smartengeld-voor-mh17-nabestaanden-er-is-een-omslag-te-zien-in-wie-zij-schu/

4. Artikel 106, sub a, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

5. Artikel 106, sub b, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

6. Artikel 106, sub c, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Hoogte schadevergoedingen

In een recente blog van Schade24 is er gesproken over de trends op het gebied van claims. Hieruit bleek dat het aantal claims in Nederland fors is toegenomen. Een opmerkelijke verandering op het gebied van letselschade is de hoogte van het smartengeld. Dertig jaar geleden kende de rechter een bedrag van 136.000 euro toe aan een man die met hiv besmet raakte na het gebruik van een verkeerde injectiespuit in het ziekenhuis. Een slachtoffer van een verkeersongeluk kreeg pas 25 jaar later voor het eerst een hoger bedrag, namelijk 150.000 euro.

Onlangs verscheen het ANWB Smartengeldboek voor het jaar 2019 en deze bevestigt de trend. Er is een stijgende lijn aan te merken in het aantal en de hoogte van toegewezen schadevergoedingen voor immateriële schade. Denk hierbij aan het verdriet, de pijn, het verlies aan levensvreugde of psychische problemen na een ongeval. Verzekeraars, rechters, juristen en advocaten gebruiken deze gids van het ANWB met 2200 uitspraken als leidraad. Er wordt gekeken naar zaken uit het verleden om de hoogte van het schadebedrag te bepalen.

Bovendien is er een opvallende groei aan te merken met betrekking tot het aantal externe belangenbehartigers dat door slachtoffers wordt ingeschakeld. De oorzaak hiervan komt mede door de aandacht in de media en doordat verzekeraars slachtoffers erop moeten wijzen dat ze recht hebben op een externe belangenbehartiger.

Schade24 is zo’n belangenbehartiger. Wij verhalen de schade op een zorgvuldige manier en zetten alles op alles om jouw schadeposten vergoed te krijgen. Tevens bestaat de kans dat je schadeposten over het hoofd ziet. Een belangenbehartiger, zoals Schade24 kan een groot verschil maken met betrekking tot het uiteindelijke schadebedrag. Bovendien verlenen wij onze dienst geheel kosteloos voor jou.

Bij interesse kunt u vrijblijvend contact opnemen en advies inwinnen via ons telefoonnummer 024-6793842.

Financiële situatie na ongeval

Als slachtoffer na een ongeval krijg je natuurlijk een hoop te verduren. Zoals in de vorige blog al is aangegeven, kan je zelfbeeld geschaad worden indien je letsel hebt opgelopen na een ongeval. Maar je lijdt niet alleen door je verslechterde zelfbeeld of imago.

Doordat je veel tijd en energie kwijt bent aan het herstel van je opgelopen letsel, kan je inkomen hier gigantisch onder gaan lijden. Op een gegeven moment kunnen de rekeningen zich zo opstapelen dat je niet meer weet hoe je tot een oplossing kunt komen en achterblijft met een machteloos gevoel.  Hoe zorg je er nou voor dat je goed kunt herstellen na een ongeval en je tegelijkertijd je financiële situatie weer op de rit krijgt?

 

Financiële verliezen

Allereerst is het belangrijk om je ten alle tijden te focussen op je gezondheid. Indien je lichamelijk of psychisch letsel hebt opgelopen, staat een snel en voorspoedig herstel natuurlijk voorop. Daarna komen wel de zorgen over je onzekere financiële toekomst om de hoek kijken.

Arbeidsverlies is een van deze financiële verliezen ten gevolge van een ongeval. Het is dan ook een hele uitdaging voor mensen om dit gat op te vullen om zo alle rekeningen te kunnen betalen. Indien je geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent geraakt, is het nog maar de vraag of je uiteindelijk weer zonder problemen kunt functioneren.

Daarbij komt ook dat je door het letsel minder taken in het huishouden kunt verrichten. Hierdoor kun je genoodzaakt raken om huishoudelijke hulp in te schakelen. Deze hulp kan komen van een familielid, kennis, vriend of van buitenaf. In beide gevallen is het een enorme last, zowel persoonlijk als financieel. Je wilt natuurlijk niet afhankelijk raken van een ander.

Bovendien lijd je er ook financieel onder als je letsel hebt opgelopen en daarbij ook de zorg voor je kinderen hebt. Het is een verschrikkelijk gevoel als je je kinderen niet kan bieden wat ze verdienen. Een leuk dagje uit of het aanschaffen van de nodige spullen wordt hierdoor steeds lastiger te realiseren. Naast het financiële leed, lijd je hier ook emotioneel onder.

Tot slot kan het natuurlijk ook zijn dat je nog helemaal geen baan en kinderen hebt, maar nog volop bezig bent met studeren. De achterstand die dan je oploopt op school en de studiekosten die hierbij komen kijken, kunnen ook zorgen voor een financiële achterstand.

 

Herkenning

Herken jij je in een van de bovengenoemde situaties en heb je financiële zorgen als gevolg van opgelopen letsel door een ongeval? En wil jij weten welke schadeposten wel of niet vergoed kunnen worden? Of wil je een belangenbehartiger die jouw financiële zorgen deels uit handen neemt? Neem dan gerust contact met ons op en wij geven je graag vrijblijvend advies met betrekking tot het schadeverhaal en verhalen de schade vervolgens kosteloos.

Casus affectieschade

Casus

In augustus 2018 werden twee Amerikaanse toeristen neergestoken op het Centraal Station in Amsterdam. De mannen waren samen met hun vrouwen op weg naar een bruiloft. De gevolgen waren voor een van de slachtoffers desastreus: hij heeft een complete dwarslaesie, omdat zijn ruggenmerg bijna helemaal was doorgesneden. Gevolg is dat hij nooit meer zelfstandig zal kunnen lopen, chronische pijn heeft en nooit meer kan werken. Zijn vrouw kreeg bovendien twee maanden na de aanslag een miskraam. Het is nog maar de vraag of zij ooit kinderen kan krijgen. Het andere slachtoffer liep een zenuwbeschadiging op en kan daardoor een van zijn handen waarschijnlijk nooit meer goed meer gebruiken.[1]

De 20-jarige dader heeft geen enkel berouw of spijt betuigd, maar juist gezegd dat hij hetzelfde zal doen als zijn geloof opnieuw beledigd wordt, daarom kreeg hij de hoogst mogelijke straf en moet hij een recordbedrag van bijna 3 miljoen euro aan schadevergoeding betalen. Kortom, er is erg veel leed geleden, maar de vraag doet rijzen: kan de partner van het slachtoffer met de dwarslaesie ook een schadevergoeding krijgen voor haar (emotionele) schade? Heeft zij recht op wat wij in het recht noemen: affectieschade? Affectieschade is emotionele schade dat wordt veroorzaakt door overlijden of ernstig gewond raken van een naaste als gevolg van een gebeurtenis, waarvoor een ander aansprakelijk is.[2] Dus hiervoor kan smartengeld gevraagd worden op grond van de wet.

 

De wet

Tot 1 januari 2019 was het niet mogelijk om deze schade te verhalen. Dat lijkt gevoelsmatig onrechtvaardig, zeker na zo’n heftige gebeurtenis. Dat vond de wetgever ook. Sinds 1 januari 2019 is het namelijk mogelijk om deze schade te verhalen op basis van de wet. Dit ongeval is gebeurd in de zomer van augustus 2018, dus het is niet mogelijk om deze schade te verhalen, want het gaat om de datum van het ongeval. Maar stel dat het afgelopen zomer (2019) was gebeurd. Dan was het wel onder de wet gevallen. De vraag die dan gesteld moet worden is of er sprake is van ernstig of blijvend lichamelijk letsel. Volgens de wet moet er sprake zijn van 70 procent blijvende invaliditeit bij het slachtoffer.[3] In dit geval is het duidelijk: slachtoffer kan niet meer lopen, heeft chronische pijn en kan nooit meer werken, dus die 70 procent wordt dan gehaald. In andere gevallen kan het heel lastig zijn om die 70 procent te halen, zeker omdat de wet nog maar net nieuw is en de begrippen van het artikel ‘ernstig of lichamelijk letsel’ nog moeten worden ingekleurd.

Tevens is er nog een harde eis dat het artikel stelt, namelijk dat er een zeer nauwe band dient te zijn met het slachtoffer. Partners en kinderen vallen hier onder. Het artikel geeft een open norm, want in het artikel staat naar ‘redelijkheid en billijkheid’ een nauwe band. Voor de omstandigheden om te bepalen of er sprake is van een zeer nauwe band, kan men kijken naar de omstandigheden als intensiteit, de aard en de duur van de relatie. De hoogte van de schadevergoeding istussen de 12.500 euro en 20.000 euro.[4]

 

Conclusie en toekomst

Kortom, in deze zaak had de partner van het slachtoffer affectieschade kunnen ontvangen, omdat voldaan was aan de wet. Maar randgevallen zijn onzeker, zoals bijvoorbeeld een whiplash of letsel dat zorgt voor verlies van hersenfuncties, want is dat 70 procent blijvende invaliditeit? Er moeten dus nog veel zaken komen om te bepalen hoe de vergoeding voor affectieschade zal gaan lopen. Wordt vervolgd…

 

[1] Rb. Amsterdam 14 oktober 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:7566.

[2] Art. 6:107 en art. 6:108 BW.

[3] Kamerstukken II 2014-2015, 34257 3.

[4] Besluit tot vaststelling vergoeding affectieschade 20 april 2018 ,

Staatsblad 2018 133.

Het fiscale aspect van een letselschadevergoeding

Allereerst de vraag betaal je belasting over je schadevergoeding? Je schadevergoeding bestaat uit verschillende onderdelen. Een van die onderdelen is onkosten. Dit zijn de kosten die je niet zou hebben gemaakt als het ongeval niet zou hebben plaatsgevonden. De onkosten die je maakt, worden niet gezien als winst of inkomstenbron. Het is een vergoeding voor je schade, de gemaakte kosten. Het wordt dus niet belast. 

Ten tweede kan er sprake zijn van een vermindering aan inkomsten. Door het ongeval kan het zo zijn dat je niet meer in staat bent om te werken of niet meer in dezelfde mate. Hiermee loop je dus inkomsten mis. Een vermindering van inkomsten is puur fiscaal gezien wel winst, maar een schadevergoeding voor inkomstenverlies is een nettobedrag. Het zou in principe onbelast moeten blijven. Toch kan hiervan worden afgeweken als het gaat om een tijdelijk verlies aan inkomsten. 

Het laatste deel van je vergoeding is smartengeld. Dit is jouw vergoeding voor het psychische leed dat is geleden door het ongeval. Het bevat alle immateriële schade die je hebt geleden. Smartengeld is een compensatie voor de schade van het psychisch leed en is geen winst. Hierop zou ook geen belasting moeten worden betaald. 

Letselschadevergoedingen worden ook wel netto-uitkeringen genoemd omdat er geen belastingen op verschuldigd zijn. 

 

Schadevergoeding en inkomstenbelasting

In box 1 van het belastingstelsel wordt de inkomstenbelasting ingevuld. Schadevergoedingen zijn geen inkomsten omdat er geen winst bij betrokken is. Om die reden hoef je in box 1 geen schadevergoeding aan te geven.

De belastingdienst kan wel beslissen dat je belastingen moet betalen op het verlies van verdienvermogen op basis van het tarief van box 1. Om die reden wordt vaak een belastinggarantie aangeraden.

 

Schadevergoeding en vermogensbelasting

Volgens de huidige regelgeving wordt schadevergoeding die aan een slachtoffer wordt uitbetaald, netto uitgekeerd. Dat betekent dat er geen inkomstenbelasting over betaald hoeft te worden. De schadevergoeding moet wel verantwoord worden als vermogen. De ontvangen vergoeding wordt belast onder de vermogensrendementsheffing van box 3, voor zover een slachtoffer met zijn totale vermogen boven de belastingvrije som uitkomt.

De schadevergoeding moet wel gemeld worden in box 3 van je belastingaangifte. Als de letselschade uitkering boven de vermogensgrens komt, moet je belasting betalen volgens het tarief[1]van box 3. Box 3 gaat over sparen en beleggen. Het is een berekening van je bezittingen min je schulden op 1 januari van het jaar waarvoor je aangifte doet. Het is niet de werkelijke opbrengst die wordt belast, maar een fictief rendement. Dat houdt in dat hetgeen wordt belast wat je uit je vermogen zou kunnen halen.

 

Ontwikkelingen; vrijstelling WLZ en WMO 

Tot 31 december 2018 had de letselschadevergoeding ook invloed op de hoogte van de eigen bijdrage in het kader van de Wet Langdurige Zorg (WLZ) en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Dit omdat de letselschadevergoeding ook meetelde voor de vermogensinkomensbijtelling. Mensen die langdurige zorg nodig hebben en behoefte hebben aan maatschappelijke ondersteuning kunnen een beroep doen op deze regelingen, maar dienen wel een eigen bijdrage te betalen. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van het inkomen en het vermogen van degene die een aanvraag doet. Dat was problematisch voor mensen die recht hadden op een letselschadevergoeding, maar nog wel een beroep moesten doen op de Wmo en de Wlz. Door de uitkering van letselschadevergoeding steeg het vermogen, waardoor de eigen bijdrage ook hoger werd. Deze verhoging van de eigen bijdrage diende daarom te worden meegenomen in de letselschadevergoeding, die daardoor ook weer hoger werd. Deze vicieuze cirkel was problematisch voor zowel verzekeraars als letselschadeslachtoffers en er is door verschillende partijen langdurig gelobbyd om dit op te lossen.

Vorig jaar werd door minister Hugo de Jong bekend gemaakt dat een letselschadevergoeding wordt vrijgesteld van de vermogensinkomensbijtelling, waardoor een letselschadevergoeding minder invloed heeft op de eigen bijdrage van de Wlz en de Wmo. De letselschadevergoeding telt nog wel mee voor het verzamelinkomen.

 

Vrijstelling vermogensbelasting

Een aantal Kamerleden willen onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om een letselschadevergoeding buiten de vermogensbelasting te houden. De staatssecretaris van financiën (Menno Snel) heeft hier eerder op gereageerd: volgens hem zal het uitzonderen van letselschadevergoedingen het belastingstelsel nog complexer maken, waardoor het niet meer uitvoerbaar zou zijn voor de belastingdienst. Het Verbond van Verzekeraars, Slachtofferhulp Nederland en de LSA wijzen erop dat verschillende andere uitkeringen wel al worden vrijgesteld van vermogensbelasting. Ook wordt gesteld dat in het verleden al eerder letselschadevergoedingen zijn vrijgesteld van vermogensbelasting, zoals de vergoedingen in het kader van de Volendamse nieuwjaarsbrand.

Hoewel de staatssecretaris nog weinig lijkt te voelen voor het voorstel, is het wel te hopen dat hij het voorstel serieus in overweging neemt. Een vrijstelling van de vermogensbelasting zal in ieder geval bijdragen aan een soepelere en vlottere afwikkeling van letselschadezaken, waar het slachtoffer vooral bij gebaat zal zijn.


[1]Over je belastbaar inkomen uit sparen en beleggen betaal je 30% belasting

Eenzijdige ongevallen

Een eenzijdig ongeval is een ongeval waarbij slechts één partij is betrokken. De schade die hieruit ontstaat is dus niet veroorzaakt door een wederpartij. Deze eenzijdige ongevallen vinden vaker plaats dan u misschien dacht. Vaak rijst bij de betrokkene de vraag of en hoe hij of zij deze schade vergoed kan krijgen. Tevens is de aansprakelijkheid een groot vraagstuk bij dit onderwerp.

Bij eenzijdige ongevallen is er vaak sprake van verlies van controle over het voertuig. Dit kan veroorzaakt worden door bijvoorbeeld een laagstaande zon, regen, sneeuw of onoplettendheid van de bestuurder. Maar denk ook aan het gebruik van een mobiele telefoon, kinderen op de achterbank of in slaap vallen tijdens een lange autorit. Door het verlies van controle raakt de bestuurder vaak van de weg en komt vervolgens in botsing met een boom, lantaarnpaal of wegafzetting. Zowel letselschade als materiele schade kan worden opgelopen. Deze schade kan, ook bij eenzijdige ongevallen, aanzienlijk zien. Uiteraard wil de bestuurder graag in kennis gesteld worden van de mogelijkheden die hij heeft om deze schade te verhalen.

Ook bij een eenzijdig ongeval kan de (letsel)schade behoorlijk oplopen. U als bestuurder van het voertuig bent aansprakelijk voor de schade die voortvloeit uit een eenzijdig ongeval. Dit betekent echter niet dat al de kosten die verbonden zijn met het ongeval voor uw rekening komen. Om de schade vergoed te krijgen van de verzekering kunt een beroep doen op een van de volgende mogelijkheden: de schadeverzekering inzittenden, ongevallen inzittenden verzekering en de wettelijke aansprakelijkheidsverzekering. De manier waarop u verzekerd bent, bepaald wat de verzekering zal uitkeren.

De schadeverzekering inzittende is en niet verplichte verzekering. U kan er dus ook voor kiezen deze verzekering niet af te sluiten. Met de schadeverzekering inzittenden zijn zowel de bestuurders als de andere passagiers van het voertuig verzekerd. De letselschade en materiele schade worden vergoed door de verzekeraar zonder dat er gekeken wordt naar de schuldvraag. Met deze optionele verzekering bent u het best verzekerd.

Ook de ongevallen inzittenden verzekering is geen verplichte verzekering. Bij deze verzekering keert de verzekeraar minder uit dan bij de schadeverzekering inzittenden. Na een (eenzijdig) ongeval keert de verzekeraar een vastgesteld bedrag uit. Dit betekent dat het schadebedrag dus niet in zijn geheel vergoed wordt. Daarnaast wordt dat vastgesteld bedrag alleen uitgekeerd als de bestuurder of de inzittende(n) als gevolg van het ongeval blijvende invalide wordt of komt te overlijden. Als er sprake is van overlijden dat gaat de vergoeding naar de nabestaanden.

Iedere automobilist in Nederland heeft een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering. Met deze verzekering wordt de schade die u iemand anders toebrengt, vergoed door de verzekeraar. Uw eigen letselschade en materiele schade wordt echter niet vergoed. Deze kosten komen geheel voor uw eigen rekening. Van de drie genoemde verzekeringen dekt deze de minste kosten.

Mocht u ook een allriskverzekering hebben afgesloten, dan wordt de schade aan uw voertuig ook vergoed. Deze verzekering dekt alleen de materiele schade en dus niet de letselschade die de bestuurder of inzittende oploopt.

Ook bij een eenzijdig ongeval zijn er dus genoeg mogelijkheden om de schade die opgelopen kan worden te dekken. De schade kan ook bij een eenzijdig ongeval flink oplopen. Het is dus belangrijk dat, mocht u betrokken raken bij een eenzijdig ongeval, uw schade wordt vergoed door de verzekeraar.

Bent u betrokken geweest bij een eenzijdig ongeval of heeft u vragen? De juristen van Schade24 helpen u graag verder. Neem gerust contact met ons op. Dan gaan wij ons best doen om uw schade vergoed te krijgen.

Compensatieberekening rechtvaardig?

Indien de reiziger recht op compensatie heeft is de hoogte van de compensatie afhankelijk van de afstand van de al dan niet gevlogen vlucht. Over het algemeen geldt: des te verder de vlucht, des te hoger de compensatie. Dit is mijns inziens vreemd, aangezien het geleden tijdsverlies, waarvoor compensatie dient te worden toegekend, hetzelfde kan zijn. Concreter geformuleerd betekent dit dat twee reizigers met vier uur tijdsverlies, die beiden op hetzelfde tijdstip, maar op verschillende bestemmingen aan komen ook verschillende compensaties kunnen krijgen. Dit terwijl het geleden tijdsverlies dezelfde grootte kent.

Gelijke behandeling

Een verordening die in de Europese Gemeenschap wordt ingesteld dient te voldoen aan de algemene beginselen van het Europese recht. Een van die beginselen is het beginsel van gelijke behandeling. Het Hof van Justitie EG verwoordt het beginsel van gelijke behandeling als volgt: gelijke gevallen dienen gelijk te worden behandeld en verschillende gevallen dienen niet gelijk te worden behandeld.[1] Veelal kan snel worden gezegd dat gevallen van elkaar verschillen, het kleinste detail kan al een enorm verschil maken.

In het Sturgeon arrest leidde het beginsel van gelijke behandeling tot de gelijkstelling van vertragingen van meer dan drie uur met de annulering van een vlucht. Met als geval dat bij langdurige vertraging dus ook een recht op compensatie kan ontstaan. De vraag die in dit kader speelt is of het voorbeeld dat ik in de inleiding heb besproken geschaard kan worden onder gelijke gevallen. Mijn visie is dat het geen gelijke gevallen betreft. Er wordt namelijk over verschillende afstanden gevlogen. Echter, er kan niet worden gesproken van uiterst gedifferentieerde gevallen, vanwege het feit dat beide reizigers evenveel tijdsverlies hebben.

Er is geen sprake van strijd met het beginsel van gelijke behandeling. Dit houdt echter niet in dat het per definitie rechtvaardig is. Van onrechtvaardigheid kan desalniettemin sprake zijn.

Vaststelling compensatie

Passagiers kenden, voor dat de huidige EG Verordening 261/2004 in werking trad, reeds de al EG Verordening 295/91. Daarin kregen passagiers, die te maken hebben met instapweigering, een kleine compensatie en een keuze tussen de teruggave van de ticketprijs of omboeking en bijstand. Dit was geen daadwerkelijke reden voor luchtvaartmaatschappijen om te proberen vertragingen en annuleringen te voorkomen. Deze verordening schoot tekort aan voldoende bescherming van passagiers wiens vlucht wordt geannuleerd of wanneer er sprake is van instapweigering. Het aantal annuleringen en gevallen waarin de toegang tegen de wil van de reiziger werd geweigerd bleef te hoog.[2] Dat kwam doordat er voor luchtvaarmaatschappijen geen daadwerkelijke reden was om annulering en instapweigering te voorkomen, dit vanwege het feit dat de gevolgen (compensatie en kosten voor ticket of bijstand) niet groot genoeg waren.

De bedragen van compensatie dienen als de zogenaamde ‘stok achter de deur’, dat indien luchtvaarmaatschappijen de belangen van passagiers niet eerbiedigen, een compensatie dient te worden betaald aan de passagiers wiens belangen worden geschaad.[3] De compensatie dient als herstel voor de schade van de passagier, die schade bestaat uit het geleden tijdsverlies.[4] De hoogte van de compensatie is afhankelijk van de te vliegen of al gevlogen afstand, dit terwijl de compensatie herstel dient te bieden voor het geleden tijdsverlies. De reden voor de hogere compensatie bij een langere afstand is omdat de vliegtickets over langere afstanden duurder zijn. Het Europees Parlement heeft op basis van die informatie de hoogte van de compensatie vastgesteld. Dit is mijns inziens niet rechtvaardig. Wanneer een compensatie wordt toegekend die als herstel moet dienen voor het geleden tijdsverlies, dan is het onrechtvaardig als de hoogte van die compensatie wordt bepaald door iets anders dan tijdsverlies. Tijdsverlies is immers de schade, ongeacht de afgelegde afstand blijft het aantal geleden tijdsverlies even hoog.

Alternatieven

De hoogte van de compensatie kan op verscheidene manieren worden vastgesteld. De eerste is zoals in het treinverkeer ook al is geregeld. In die verordening is de compensatie een percentage van het reeds betaalde ticket.[5] Het voordeel daarvan is dat reizigers die een hogere prijs voor een ticket betalen dus ook meer zorg van de vervoerder mogen verwachten. Indien de vervoerder tekortschiet dan is de compensatie ook hoger. Het nadeel hiervan is dat de hoogte van de compensatie wordt vastgesteld aan de hand van iets anders dan het tijdsverlies en het probleem dus nog steeds niet is opgelost.

Een tweede alternatief, in mijn optiek is dat de hoogte van de compensatie wordt bepaald aan de hand van het geleden tijdsverlies, met een minimum aankomstvertraging van drie uren en tijdsprongen van twee of meer uren aankomstvertraging. Dit ondervangt het probleem dat er verschil in compensatie bestaat bij hetzelfde geleden tijdsverlies. Daarbij komt nog dat de luchtvaartmaatschappij, in gevallen van vertraging of annulering van vluchten, de compensatie en dus indirect ook het tijdsverlies zo veel mogelijk proberen te beperken. Het nadeel hiervan is dat de prijs van een ticket en de af te leggen of afgelegde afstand niet in de compensatie verdisconteerd worden.

Geschreven: 3 oktober 2017

Claim online

Het is volledig gratis en veilig