Thuiswerken, wie is aansprakelijk?

De huidige lockdown heeft ervoor gezorgd dat vrijwel heel Nederland verplicht thuiswerkt. De nieuwe kantoorplekken bevinden zich tegenwoordig veelal op zolder, in de slaapkamer van de zoon of dochter des huizes, in de woonkamer, in de keuken of in de studeerkamer. Dat thuiswerken klinkt best fijn en kent veel voordelen, maar er zitten helaas ook veel nadelen aan het thuiswerken voor zowel de werkgever als de werknemer. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het overwerken, de minimale scheiding tussen werk en privé en het inrichten van de werkplek. Wie is er verantwoordelijk voor het inrichten van deze werkplek en wie kan aansprakelijk worden gehouden bij een burn-out?

Werknemer mag arbeidsplaats verzoeken

De wetgever heeft bepaald dat de werknemer flexibel om moet kunnen gaan met onder andere de werktijden en de werkplaats. Zo kan je als werknemer dus een aanvraag indienen voor het thuiswerken omdat dit bijvoorbeeld makkelijker is in verband met (jonge) kinderen. Zeker gezien de huidige pandemie is het vanzelfsprekend dat veel werknemers een verzoek tot thuiswerken indienen daar waar de werkgever nog niet zelf de verplichting tot thuiswerken heeft afgegeven.

Verplichtingen voor de werkgever en de werknemer

Ondanks dat je als werknemer thuiswerkt en dus in je eigen vertrouwende omgeving aan het werk bent zonder toeziend oog van je werkgever, heeft je werkgever toch een zogeheten zorgplicht. De werkgever dient er zorg voor te dragen dat de werknemer bij het thuiswerken beschikt over voldoende middelen om de werkzaamheden te kunnen uitoefenen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een goede bureaustoel, een beeldscherm met voldoende scherp beeld, verlichting van de werkplek en etc. Dit is echter geen onbeperkte zorgplicht en dus zal er ook gekeken moeten worden naar het kostenplaatje.

Naast een goede werkplek is het ook belangrijk om als werkgever in de gaten te houden dat de werknemer voldoende rust neemt. Daar waar de kantoren vaak om 17.00u sluiten, is dit bij het thuiswerken uiteraard niet het geval. Een werknemer hoort zich te houden aan de werktijden die in het contract staan beschreven.

De oorzaak van een burn-out is bij 58% van de werknemers die

Burn-out

De oorzaak van een burn-out is bij 58% van de werknemers die te maken krijgen met een burn-out te wijten aan het thuiswerken. De scheiding tussen privé en werk wordt gezien als de grote boosdoener. Het is daarom als werkgever extra van belang om zorg te dragen voor een passende werkdruk en het naleven van de voorgeschreven werktijden.

Afspraken

Om aansprakelijkheid te voorkomen, is het belangrijk om onderling duidelijke afspraken te maken over het thuiswerken. Denk hierbij dus aan bovenstaande punten zoals het inrichten van een goede werkplek en het afspreken van werktijden. De werkgever kan vrij ver gaan in het naleven van de zorgplicht. Zo kan de werkgever vragen om een duidelijk beeld te schetsen van de thuiswerkplek en kan de werkgever zelfs verlangen om een foto en/of filmpje te maken van de thuiswerkplek. Of kan de werkgever controleren op welke tijden je bent ingelogd om bepaalde werkzaamheden uit te voeren.

Vragen?

Mocht u naar aanleiding van deze blog nog aanvullende vragen hebben, neemt u dan vooral contact op met ons kantoor.

Letsel door vuurwerk

De decembermaand staat bekend als de gezelligste tijd van het jaar. Na kerst is het tijd om oliebollen te eten en om vuurwerk af te steken. Ondanks dat er vorig jaar een vuurwerkverbod gold voor geheel Nederland is er op verschillende plekken vuurwerk afgestoken. Vuurwerk kan ontzettend mooi en leuk zijn, maar kan ook veel gevolgen met zich meedragen. Er belanden veel mensen in het ziekenhuis met verschillende soorten letsel. Wat kan u doen als u door de schuld van iemand anders letselschade oploopt door vuurwerk?

Meest voorkomende letselschades

Uit het rapport van Veiligheid NL blijkt dat er tijdens de jaarwisseling van 2020-2021 veel verschillende soorten letselschades zijn gemeld. 54% van het letsel dat ontstond door vuurwerk bestond uit brandwonden. Daarnaast is opvallend dat 19% van het letsel bestond uit oogletsel en dat er bij 2% sprake was van een amputatie. Ondanks het vuurwerkverbod is er dus wel degelijk sprake van een hoge mate van letsel.

Wat kan u doen?

Als u letsel oploopt door een ander waarbij de oorzaak van het letsel vuurwerk betreft, kan u deze persoon aansprakelijk stellen op grond van de onrechtmatige daad. De onrechtmatige daad staat uitgewerkt in art. 6:162 van het Burgerlijk Wetboek en brengt een aantal vereisten met zich mee. Zo moet er onder andere sprake zijn van een causaal verband tussen het onrechtmatig handelen en de schade die u heeft geleden. Daarnaast moet de onrechtmatige daad te wijten zijn aan de schuld van de dader of door de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van deze persoon komen. Het is vaak lastig om iemand aansprakelijk te stellen op grond van de onrechtmatige daad. Het is daarom van belang dat u duidelijk in kaart brengt wat er precies is gebeurd. Daarnaast is het wenselijk om een letselschadebureau te contacteren over uw situatie om zo een passend advies te krijgen.

Bewijs leveren

Zoals hierboven vermeld is het vaak lastig om iemand aansprakelijk te stellen op grond van de onrechtmatige daad. Het is daarom van groot belang dat u voldoende bewijs verzamelt om aan te kunnen tonen dat de persoon die uw letsel heeft veroorzaakt daar ook aansprakelijk voor kan worden gehouden. Voor het leveren van bewijs kunt u bijvoorbeeld denken aan camerabeelden, getuigenverklaringen, verklaringen van de huisarts over uw letsel en het maken van foto’s van de plaats waar het ongeval heeft plaatsgevonden. Op deze manier kunt u in kaart brengen wat er is gebeurd en heeft u ook (extra) bewijs dat u letsel heeft opgelopen door de schuld van een ander.

Kostenposten

Letsel door vuurwerk brengt vaak kosten met zich mee. Deze kosten kunt u op grond van art. 6:162 Burgerlijk Wetboek verhalen op de persoon die u het letsel heeft toegebracht. Bij de kostenposten kunt u bijvoorbeeld denken aan de schade aan uw kleding, het eigen risico dat u heeft moeten betalen omdat u naar het ziekenhuis moest om uw letsel te verzorgen, een vergoeding voor het leed dat u is aangedaan (de smartengeldvergoeding), kosten voor de huishoudelijke hulp en (eventueel) het verlies aan arbeidsvermogen indien u door uw letsel niet heeft kunnen werken.

Vragen?

Heeft u naar aanleiding van deze blog vragen over letsel dat ontstaat door vuurwerkschade, of heeft u zelf letsel opgelopen door vuurwerk? Neemt u dan gerust contact op met ons kantoor.

 

 

 

De aansprakelijkheid van de gemeente

Niets is zo vervelend als schade aan uw auto. Zeker als u niets aan deze schade kunt doen. Stelt u zich eens voor dat u uw auto heeft geparkeerd naast uw woning. Die nacht is er een stormachtige wind en de volgende ochtend ziet u dat er een boom is omgewaaid en op uw auto terecht is gekomen. De schade is enorm. U kunt uw auto niet meer gebruiken. Enorm vervelend en u kunt de schade uiteraard niet verhalen op de boom zelf. Wat kunt u in zo’n situatie het beste doen?

Verantwoordelijkheid van de gemeente

De boom valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente waar u woonachtig bent. De boom valt onder de zogeheten ruimtelijke ordening. Er rust een zorg- en inspanningsverplichting op de gemeente om gevaarlijke situaties te voorkomen en te zorgen voor een veilige ruimtelijke ordening. Indien de gemeente onvoldoende maatregelen heeft getroffen of handelingen heeft verricht om gevaarlijke situaties te voorkomen, kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor de schade die ontstaat uit deze gevaarlijke situatie. Indien de gemeente wegen, pleinen, openbaar groen en bouwwerken niet goed onderhoudt, kan dit lijden tot een aansprakelijkstelling. Daarnaast kunt u de gemeente aansprakelijk stellen voor schade die u hebt opgelopen door gemeentelijk handelen of nalaten. In bovenstaande situatie is dat echter niet aan de orde.

Een aansprakelijkstelling sturen naar de gemeente

Als u een aansprakelijkstelling gaat versturen naar de gemeente is het belangrijk dat u een volledige aansprakelijkstelling verstuurt. Het is daarom allereerst van belang dat u al uw persoonlijke gegevens meestuurt met de aansprakelijkstelling (naam en adres, telefoonnummer, e-mailadres en uw bankrekeningnummer). Daarnaast is het belangrijk om een korte situatieschets op papier te zetten (met de datum, tijdstip en precieze locatie van het voorval), bewijs van de opgelopen schade in de vorm van foto’s en een getuigenverklaring (indien deze aanwezig is) op papier te zetten en deze ook ondertekend door de getuige mee te sturen met de aansprakelijkstelling. Daarnaast is het ook belangrijk om de eventuele rekeningen van gemaakte kosten en een onderbouwing van de opgelopen schade mee te sturen. Op deze manier kan de gemeente snel en zorgvuldig beoordelen of u in aanmerking komt voor schadevergoeding.

Termijn van beoordeling

Nadat u de aansprakelijkstelling heeft verstuurd, neemt de gemeente deze in behandeling. Vaak duurt het enkele weken om de aansprakelijkstelling te beoordelen. Mochten er echter ingewikkelde zaken zijn, kan dit proces langer duren. Houdt u er rekening mee dat dit slechts richtlijnen zijn. Er kan worden afgeweken van de gestelde termijnen.

Schade24 kan u helpen

Mocht u naar aanleiding van deze blog vragen hebben over schade die u heeft opgelopen doordat de gemeente de zorg- of inspanningsverplichting heeft geschonden, neemt u dan vooral contact met ons op. Ook als u een aansprakelijkstelling wil versturen en dit niet zelfstandig lukt, kunnen wij u helpen met het versturen van deze aansprakelijkstelling. Onze medewerkers staan voor u klaar om ervoor te zorgen dat uw schade zo spoedig mogelijk geregeld is!

Schade aan een huurwoning, wie is aansprakelijk?

Niets is zo vervelend dan schade aan uw woning, zeker als dit een huurwoning betreft. Er kan veel onenigheid ontstaan over de ontstane schade en de te maken kosten voor de reparatie van deze schade. Wie is er nou eigenlijk verantwoordelijk voor de schade aan de huurwoning?

Huurrecht

Het huurrecht wordt vaak geuit in een soort samenwerking waarbij er regels worden opgesteld op het gebied van huur. De verhuurder neemt de verplichting op zich om een bepaalde zaak (lees de huurwoning) in gebruik te verstrekken aan u als huurder. U als huurder verbindt zich daarmee tot het leveren van een tegenprestatie. Dit staat allemaal omschreven in art. 7:201 BW en wil kortgezegd zeggen dat de verhuurder een woning tot zijn beschikking stelt waarin jij kan wonen en dat jij als huurder ervoor zorgt dat de woning netjes en onderhouden blijft. Hier komen verschillende taken bij kijken, maar niet alle taken vallen onder jouw verantwoordelijkheid.

Dagelijks onderhoud aan huurwoning

Op grond van art. 7:218 lid 1 BW is de huurder aansprakelijk voor de schade die is ontstaan door een tekortkoming in de nakoming die is toe te rekenen aan de huurder. Deze tekortkoming moet dan ontstaan uit een verplichting uit de huurovereenkomst. Wat betekent dit nou eigenlijk? Voor alle kleine herstellingen en het dagelijkse onderhoud van de woning ben jij als huurder verantwoordelijk. Jij zal er dus zorg voor moeten dragen dat de woning er verzorgd en netjes uitziet. Hierbij kan gedacht worden aan hele simpele dingen. Zoals het vervangen van een lamp en het schoonmaken van de woning. Maar ook aan bijvoorbeeld het repareren van de trapleuning of het laten repareren van de vaatwasmachine die goed onderhouden is.

Overige onderhoudsproblemen

De grotere onderhoudsproblemen en het niet-dagelijkse onderhoud vallen onder de verantwoordelijkheid van de verhuurder. De verhuurder dient er namelijk zorg voor te dragen dat de woning ten alle tijden veilig is voor de huurder. Zo is de huurder verantwoordelijk bij een lekkage, onvoldoende ventilatie van vochtige ruimtes of het achterstallig onderhoud waardoor de vaatwasmachine niet meer werkt.

Onenigheid met de huisbaas

Als jij en de verhuurder (huisbaas) niet tot een gezamenlijk akkoord komen over wie de (gemaakte) kosten moet betalen voor de schade die is ontstaan. Kan je de Huurcommissie om een uitspraak vragen. Dit kan je doen als de verhuurder zes weken na het ontstaan van de onderhoudsproblemen en/of andere problemen nog steeds niets heeft gedaan om dit te verhelpen. Mocht er sprake zijn van een ernstig probleem dan kan er zelfs huurverlaging worden toegekend van maximaal 80%. Het is dus wel degelijk van belang om goed te kijken wanneer de verhuurder zijn verplichtingen dient na te komen en wanneer u stappen kunt ondernemen.

Schade? Meld hier nu kosteloos je schade!

WhatsApp fraude, wie betaalt de kosten?

Het lijkt zo onschuldig. Je krijgt een WhatsAppbericht van je (schoon)zoon of dochter, beste vriendin, nichtje, neefje, broer of zus met daarin de mededeling dat ze een nieuw nummer hebben. Hun telefoon is in de wasmachine beland of in de wc gevallen en geeft geen enkel teken van leven. Een verhaal waar je makkelijk in kan trappen want het overkomt ons allemaal wel een keer. Kort na dit bericht vraagt de persoon die zich voordoet als een voor jou bekend persoon of hij/zij geld van jou mag lenen. Ze zitten in de problemen en hebben snel geld nodig. Je bent uiteraard bereid om te helpen. De persoon in kwestie stuurt je verschillende betaalverzoeken en jij maakt dit over op de desbetreffende rekening. Nadat je het geld hebt overgemaakt krijg je argwaan, is dit wel echt de persoon in kwestie? Je probeert te bellen en krijgt geen gehoor meer. Je geld is weg en de persoon in kwestie blijkt helemaal geen nieuwe telefoon te hebben…. WhatsApp fraude komt helaas steeds vaker voor. Ontzettend vervelend omdat het vaak om veel geld gaat. Geld waar je hoogstwaarschijnlijk andere plannen mee had. Wat kan je doen als je het slachtoffer wordt van WhatsApp fraude?

Bel uw bank

Indien u het vermoeden heeft dat u wordt opgelicht, is het verstandig om zo snel mogelijk contact op te nemen met uw bank. Uw bank kan de betaling wellicht nog proberen te onderscheppen. In sommige gevallen kan het geld dan nog op uw rekening worden teruggestort en komt u met de schrik vrij.

Bel de politie bij WhatsApp Fraude

Indien de bank niets meer voor u kan betekenen, of indien u direct het gevoel heeft dat het goed mis is, is het verstandig om de politie te bellen. U kunt dan aangifte doen van WhatsApp fraude. Als u aangifte heeft gedaan, zal de politie kijken wat ze voor u kunnen betekenen en zullen zij er alles aan doen om de dader op te sporen om zo uw geld terug te vorderen.

Verzamel bewijs

Het is belangrijk dat u het WhatsAppgesprek tussen u en de persoon die zich voordoet als uw familielid goed bewaart. Daarnaast is het ook belangrijk dat u uw bankafschriften goed opslaat. Op deze manier verzamelt u bewijs voor de politie om te bewijzen dat u ook daadwerkelijk bent opgelicht.

Fraudehelpdesk

Het is goed om de WhatsApp fraude die u mee heeft gemaakt te melden bij de Fraudehelpdesk. Op deze manier kan de helpdesk goed inzichtelijk maken hoe de fraudeurs te werk gaan om zo WhatsApp fraude in de toekomst hopelijk bij enkele gevallen te kunnen voorkomen door mensen te waarschuwen.

Geld weg…

In sommige gevallen zal uiteindelijk zowel uw bank als de politie niet veel meer voor u kunnen betekenen. Helaas bent u dan vaak uw geld kwijt. Dit is natuurlijk uitermate vervelend, maar komt vaak voor. Weet dat u niet de enige bent die op deze manier wordt opgelicht. Het kan iedereen overkomen.

Fraud detection in industry 4.0

As insurance fraud, we refer to false insurance claims that are intended to create benefits from an insurance process. However, while simple fraud can be identified as loss of a valuable and insurable item, an insured’s creativity is not limited by human nature. Planned accidents, for example a motorist braking suddenly and then being hit from behind, are very complex to be detected as fraud.

With the exception of the fact that today we are completely surrounded by digitization and technological advances that offer the possibility to enable signal processing in complex insurance processes, insurance agents are confronted with fraudulent claims that can be detected based on the following techniques:

• Analyze claim history
• Hiring private detectives or a special investigative agency
• Detecting suspicious billing
• Evaluating credit history
•  Internet check, for example social media
• Help from the general public

Cross-checks to detect patternsStatistical methods such as computer data, clustering and classification of the user profile are also known in fraud detection. However, the classic methods do not detect fraud specific to this technological era, as the novelties in technology offer additional opportunities to commit fraud. Cybercrime opens new doors to take advantage of these insurance processes as well.

From a customer perspective, fraud detection methods should not be time consuming so that genuine claims can be handled carefully and within a reasonable timeframe. The process of processing the claims is a very emotional one and so it is important that if an insured, for example, has lost a very valuable property, and thus suffers financial loss, he should not be put under the extra psychological pressure and stress by waiting for his or her promised reimbursement from the insurance company.

Industry 4.0 is accelerating technological evolution and removing at least some of the barriers that existed in the early days of computing due to limitations of memory, bandwidth, etc. Improvements in hardware and software infrastructures enable the development of self-study systems, the so-called artificial intelligence-based platforms. While IBM does this through machine-learning platform IBM Watson, the other technology giants such as Google and Facebook are also on the front line to provide solutions to complex problems such as claims processing and fraud detection.

Artificial intelligence and machines can process large amounts of data in a short period of time. While machine learning techniques can be trained to understand the characteristics of fraud, artificial intelligence can identify the pattern in the data and thus help identify fraudulent claims. We believe these new technology milestones are the game changer for claims management. Fraudulent cases can be recognized in the early process of claims handling and thus save a lot of costs from the insurance perspective. We are currently developing technologies to leverage data exploration and pattern recognition using machine learning techniques and neural networks to detect fraud in our claims management system. However, our focus is on improving the claims handling process so that the pressure on our customers who have suffered a real loss is reduced. The advantage of technology is that we can fully focus on each of our customers and make them feel safe in the digital process of processing their claim.

Aansprakelijk bij niet-vaccinatie

Het is de laatste tijd een veelbesproken onderwerp: vaccinatie. De kritiek tegen vaccineren neemt de laatste jaren steeds meer toe. Hoewel dat vroeger wel zo was, is het tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend dat ouders hun kinderen laten vaccineren tegen allerlei verschillende ziektes. Een discussie is daardoor inmiddels ontstaan over het wel of niet verplicht stellen van vaccinatie. Wie is aansprakelijk bij een uitbraak door niet-vaccinatie?

In Nederland is vaccinatie tot op heden niet verplicht. Toch is het overgrote deel van de bevolking ingeënt door middel van een vrijwillige vaccinatie via het Rijksvaccinatieprogramma. Hiermee werd tot voor kort effectief een bescherming tegen allerlei ziektes op groepsniveau in stand gehouden. Er is sprake van een collectieve immuniteit, waardoor een besmetting die bijvoorbeeld uit het buitenland is meegenomen doodloopt op de omgeving waar iedereen is ingeënt. Ook beschermt deze groepsimmuniteit mensen die niet gevaccineerd zijn. Denk aan kinderen die te jong zijn voor vaccinatie, mensen die om medische redenen niet gevaccineerd kunnen worden of gevaccineerde mensen waarvan de immuniteit ernstig is verzwakt door ziekte.

De vaccinatiegraad in Nederland daalt echter steeds meer. Neem als voorbeeld de mazelen. Is de vaccinatiegraad 95%, dan is de kans op een mazelenuitbraak minimaal. In Nederland wordt dat percentage intussen niet meer gehaald, en dus is het tijd voor actie om een mazelenuitbraak te voorkomen.

Oorzaak dalende vaccinatiegraad

Hoe is het mogelijk dat de vaccinatiegraad daalt? Dat begint uiteraard bij het feit dat, zoals gezegd, men in Nederland niet verplicht is zijn of haar kinderen te laten vaccineren. Maar tot voor kort bracht dat eigenlijk nauwelijks problemen met zich mee. De vrijwillig tot stand gebrachte groepsimmuniteit wordt echter de afgelopen jaren steeds meer ondermijnd door twijfelaars en critici.

Voorheen waren het voornamelijk gezinnen uit de Bible belt die hun twijfels uitten over het inenten van hun kinderen. Gezinnen uit die regio sloegen de inentingen dan ook veelvuldig over. Hun gedachte daarachter was -kort samengevat- dat zij hun vertrouwen niet stellen in de medische wetenschap maar in God. Doordat het merendeel van de bevolking wel was ingeënt, was deze groep ook beschermd tegen een ziekte-uitbraak.

Waar het vroeger dus grotendeels zijn oorzaak vond in de geloofsovertuiging van sommige mensen, is vaccinatie nu in heel Nederland een punt van discussie. Doordat vaccinatieprogramma’s succesvol zijn en we daardoor al heel lang nauwelijks geconfronteerd zijn met de gevolgen van ziekten zoals mazelen, ziet men het nut en de noodzaak er niet meer van in. Antivaccinatiebewegingen verspreiden daardoor gemakkelijk hun standpunten: ziekten waartegen ingeënt wordt zijn onschuldig en vaccinaties beschermen niet maar zijn juist erg gevaarlijk. Men is bang voor bijwerkingen en consequenties van vaccineren.

Risico 

Echter, de recente mazelenuitbraken laten zien dat deze theorieën niet kloppen. Daar waar de vaccinatiegraad laag is, slaat de ziekte gewoon toe. In Nederland was in 2013 al een grote uitbraak en het risico neemt alleen maar toe. De vaccinatiegraad is namelijk gedaald tot onder het minimum.

Het mazelenvaccin wordt gegeven vanaf de leeftijd van 12 maanden omdat het dan pas goed werkt. Voor die tijd hebben kinderen nog antistoffen van hun moeder. Ongevaccineerde kinderen kunnen voordat ze gevaccineerd zijn mazelen oplopen. Maar omdat alle kinderen in Nederland worden ingeënt kan het virus zich hier niet verspreiden. Nu de vaccinatiegraad zo is gedaald is die bescherming er echter niet meer.

Aansprakelijk bij niet-vaccinatie

Zo gebeurde het in een peuterspeelzaal in Den Haag dat vier peuters besmet raakten met het mazelenvirus. Een van de peuters was niet ingeënt terwijl dat wel al had moeten gebeuren en heeft de andere peuters besmet. De andere peuters waren jonger dan 12 maanden en dus nog niet ingeënt.

De grote vraag is nu: kan hiervoor iemand aansprakelijk worden gesteld? De ouders van het kind bijvoorbeeld. Het is een lastige kwestie. Want kun je door iets niet te doen toch aansprakelijk zijn wanneer daardoor schade ontstaat? Uit de rechtspraak blijkt dat men in het algemeen niet verantwoordelijk is voor schade die ontstaat door het nalaten van iets. Dat is anders indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:

  • Concrete kennis van een gevaarlijke situatie
  • Dreiging van ernstig letsel (geestelijk of lichamelijk)
  • Er is een mogelijkheid en een noodzaak om daadwerkelijk iets te doen
  • Er dient een reële verhouding te bestaan tussen de moeite en het gevaar

Deze voorwaarden worden in de rechtspraak strikt toegepast, met name of er concrete kennis was van het gevaar. Bij een aansprakelijkstelling tegen de ouders van een niet-gevaccineerd kind zal dus van belang zijn in hoeverre deze ouders concrete kennis hadden van het gevaar voor anderen wanneer zij hun kind niet laten vaccineren.

Daarnaast is een vraag die gesteld kan worden wat de besmetting nou precies heeft veroorzaakt. Het niet-vaccineren van een enkel kind is namelijk niet de oorzaak van de lagere vaccinatiegraad. Dat is het niet-vaccineren van een hele groep kinderen. Tot slot is moeilijk aan te tonen op welk moment en door wie precies het kind dat ziek is geworden is besmet.

Juridisch gezien zijn er dus wel degelijk mogelijkheden om ouders van een niet-gevaccineerd kind aansprakelijk te stellen. Succes is echter zeker niet gegarandeerd.

Wil je schade melden? Schade24 helpt je graag!

Uber aansprakelijk of niet?

Uber is een taxidienst die wordt geregeld via een app. De passagier opent de app, toetst de bestemming in om vervolgens op aanvragen te klikken. De passagier wordt gekoppeld aan een chauffeur en dat is het. Zo op het oog niks bijzonders. Toch is er iets bijzonders met Uber aan de hand. De afgelopen maanden was de taxiservice niet heel erg positief. Zes dodelijke ongevallen in zes weken tijd is niet iets om trots op te zijn. Is Uber aansprakelijk of toch niet? 

Deeleconomie 

Een deeleconomie is een economie die zich vooral online afspeelt. Bij een deeleconomie gaat het vooral om het delen van ‘online’ diensten. Denk bijvoorbeeld aan Airbnb of Uber. Het doel is om spullen te delen en te lenen in plaats van nieuwe spullen aan te schaffen. Uber is een immens groot internetplatform dat bemiddelt tussen passagier en chauffeur.

Wel of niet in dienst bij Uber? 

In maart 2017 veroorzaakte een Uber-chauffeur een dodelijk ongeval. Uber zegt de aansprakelijkheid niet te erkennen. Op deze manier erkent Uber ook geen verantwoordelijkheid. Kan Uber haar verantwoordelijkheid zomaar afwijzen? Op dit moment kan dat wel. Het belangrijkste vraagstuk is vooral of Uber-chauffeurs in dienst zijn van Uber. In de ‘gewone’ taxiwereld is de aansprakelijkheid goed gereguleerd. Helaas geldt dat niet voor Uber. Bij Uber is het namelijk niet duidelijk wanneer een chauffeur ‘in dienst’ is. Als een chauffeur niet online is in de Uber-app, maar wel doelloos rondrijdt in de hoop een rit te krijgen, zegt Uber dat de chauffeur niet aan het werk was voor Uber en om die reden ook niet in dienst bij Uber.

Het wordt er niet makkelijker op. Het is voor chauffeurs namelijk makkelijk om te switchen tussen online en offline in de app. Op deze manier kunnen chauffeurs onder het Rijtijdenbesluit uit komen. Ondanks dat een chauffeur rondrijdt in een auto met blauwe kentekenplaten, betekent dat nog niet dat hij ook daadwerkelijk taxichauffeur is en ook nog eens voor Uber werkt.

Conclusie

Uber is van mening dat de chauffeurs niet in dienst zijn bij Uber. Het platform spreekt over ‘Uber-app gebruikers’ of ‘partners’. Zou Uber erkennen dat de chauffeurs voor haar werken, dan zou dit al meer verantwoordelijkheid opleveren voor Uber. In de zaak van de jonge vrouw die om het leven is gekomen, heeft Uber ook geen medeleven getoond. Niet naar het slachtoffer en niet naar de chauffeur. Dit alles om enige verantwoordelijkheid te ontkennen.

Uber is een bemiddelaar tussen passagier en taxichauffeur. Op deze manier ontloopt Uber haar verantwoordelijkheid en is de kans Uber aansprakelijk te stellen dus zeer klein. De enige persoon die aansprakelijk gesteld kan worden is de Uber-chauffeur zelf. Overigens hoeven Uber-chauffeurs niet te rekenen op enige steun van Uber zelf. Als Uber de chauffeurs zou steunen, zou dit kunnen duiden op een werkgever-werknemer relatie. De werkgever-werknemer relatie zou kunnen aangeven dat chauffeurs in dienst zijn en dat betekent dat Uber wel verantwoordelijk is. Helaas is dat op dit moment niet zo en is de wet- en regelgeving niet op deze internetplatforms ingespeeld.

Schade 24 helpt je graag verder. Meld hier je schade!

Ongeval met e-bike, wie is aansprakelijk?

E-bikes zijn de laatste jaren sterk in opmars; steeds meer mensen zien de voordelen in van een snelle, gemotoriseerde tweewieler ten opzichte van de klassieke fiets. Vooral voor ouderen en mensen voor wie het moeilijk is om kracht te zetten. Door bijvoorbeeld een beperking, is de komst van de e-bike een onomkeerbare uitvinding geworden. Deze e-bike, ook wel ‘speed pedelec’ genoemd, is vooral populair vanwege zijn snelheid. Zonder al te veel kracht te hoeven zetten bij het trappen, kan de fiets een snelheid bereiken van ruim 40 km per uur. Maar wat is nu precies een e-bike en hoe zit het bij een eenzijdig ongeval?

Geldende regels voor e-bikes

In Nederland zijn er voor deze speed pedelecs geen speciale regels ingesteld. Dit komt omdat de speed pedelec gelijkgesteld wordt met de bromfiets. De e-bike moet dus ook gewoon voldoen aan een maximum snelheid van 45 km per uur (waarvan 30 km per uur binnen de bebouwde kom), een gele kentekenplaat en een gemonteerde achteruitkijkspiegel.

De bestuurder van de e-bike moet dan ook in het bezit zijn van een bromfietsrijbewijs (type AM), hij/zij moet minimaal zestien jaar oud zijn, hij/zij moet een (goedgekeurde) helm dragen en hij/zij moet WA-verzekerd zijn.

Fietspad of rijbaan?

Naast de regels die net besproken zijn, is het ook zo dat de speed pedelec vanwege zijn brommerstatus op de rijbaan of een speciaal daarvoor aangewezen brommerfietspad hoort te rijden. Je mag met een e-bike binnen de bebouwde kom dus niet het fietspad op! Afgelopen voorjaar is de Nederlandse verkeersbranche-organisatie BOVAG de discussie gestart over het toelaten van e-bikes op de fietspaden. Volgens hen schrikt het te veel mensen af om voor de speed pedelec te kiezen, nu het gevaarlijk zou zijn om hiermee op de rijbaan te fietsen tussen het zwaardere verkeer, zoals auto’s en bussen. Dit zou de veiligheid van de e-biker te zeer op het spel zetten. Zij zouden dus het liefst zien dat de e-bikers gewoon gebruik mogen maken van het fietspad, maar zijn de Nederlandse fietspaden hier wel tegen opgewassen?

Onderscheid binnen en buiten de bebouwde kom

Ten eerste moet er voor deze discussie een onderscheid worden gemaakt tussen de fietspaden binnen en buiten de bebouwde kom.

Binnen de bebouwde kom is het namelijk zo dat speed pedelecs niet op het fietspad mogen rijden. Dit in verband met de veiligheid van andere fietspadgebruikers. Binnen de bebouwde kom wordt er doorgaans minder snel gefietst, waardoor er sneller ongevallen kunnen ontstaan wanneer een e-bike met 30 km per uur langs een fietser met een snelheid van 10 km per uur scheurt. Hier rijden de speed pedelecs dus gewoon op de rijbaan of op de speciaal voor bromfietsers aangelegde paden of wegen. Om deze reden gaan we er hier in dit artikel niet meer te diep op in.

Buiten de bebouwde kom mogen speed pedelecs echter wél gewoon op het fietspad rijden. Hier wordt vaak een hogere snelheid aangenomen door normale fietsers en e-bikers mogen hier dan ook een snelheid van maximaal 40 km per uur aannemen. Hierbij schuilen natuurlijk ook een aantal gevaren, want hogere snelheden betekent doorgaans heftigere ongevallen.

Eenzijdige ongevallen

Een ongeval waar een e-biker bij betrokken is, komt steeds vaker voor. Logisch, als je je bedenkt dat steeds meer mensen ervoor kiezen om zo’n gemotoriseerde fiets aan te schaffen. Echter, dit zijn niet altijd botsingen met andere verkeersdeelnemers. Wat de laatste tijd namelijk ook veel voorkomt, zeker door het warme weer deze zomer, zijn ongevallen die worden veroorzaakt door de kwaliteit van de weg. Hoewel Nederland hét land van de fiets is, komt het steeds vaker voor dat de (inmiddels toch al oudere) fietspaden beginnen af te brokkelen. Dit zorgt voor gevaarlijke situaties door bijvoorbeeld losliggende tegels of kuilen in het asfalt. Wanneer er in principe geen tegenpartij betrokken is bij een ongeval, wordt dit een eenzijdig ongeval genoemd. Er is niet direct een ander persoon die verantwoordelijk kan worden gehouden voor jouw val.

Aansprakelijkheid

Is er bij een slecht wegdek dan niemand aansprakelijk voor jouw schade? Jawel. Wanneer jou iets overkomt op de openbare weg, is doorgaans de wegbeheerder aansprakelijk voor het ongeval en dus ook voor de door jou geleden schade. De wegbeheerder is de bezitter van de weg en in Nederland is dit meestal de gemeente. Er kan dus aanspraak gemaakt worden op een schadevergoeding wanneer je kunt aantonen dat er sprake was van een onveilige situatie, mits dit het gevolg is van het slechte wegdek.

Wanneer is er sprake van een slecht wegdek?

Van een slecht wegdek is sprake, indien er door de kwaliteit van de weg een onveilige situatie geschetst wordt. Denk hierbij aan diepe scheuren, kuilen en vreemde hobbels in de weg, waardoor het moeilijker is om over de weg te rijden dan dit normaal gesproken zou zijn op een andere weg. Ook een losliggende stoeptegel kan een aanleiding zijn voor schadevergoeding. Let hierbij wel op dat de tegel minimaal één centimeter boven de grond uitsteekt!

Juridische hulp

Het bewijzen van de aansprakelijkheid van de wegbeheerder kan een hele klus zijn. Denk bijvoorbeeld aan het uitzoeken van de kwaliteit van het wegdek en of je vervolgens voldoet aan de eisen voor een schadevergoeding. Wij raden je dan ook aan om je probleem voor te leggen aan een jurist. Schade24 heeft professionele juristen in dienst. Zij zijn bereid hun juridische kennis met je te delen en je zo goed mogelijk van dienst te zijn. Schade 24 helpt je graag verder. Meld hier je schade!

Wijziging privacywetgeving

In mei 2016 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) gepubliceerd in het Publicatieblad en in werking getreden. Sinds 25 mei 2018 is de AVG van toepassing. Nu deze verordening van toepassing is, is de Wet bescherming persoonsgegevens komen te vervallen. Dit vanwege de rechtstreekse doorwerking van het Europese recht. 

Privacywetgeving

Het doel van de vernieuwde privacywetgeving is om de privacywetgeving voor alle lidstaten gelijk te trekken. Tot op heden had elke lidstaat eigen regelgeving omtrent privacy. Daarnaast heeft technologie de afgelopen jaren enorme vooruitgang geboekt. Denk hierbij aan de snelle ontwikkelingen en groeiende mogelijkheden van het internet. Ook dit was een reden voor de wijziging van de privacywetgeving.

Het gevolg van deze nieuwe verordening is dat mensen meer controle hebben over de persoonsgegevens die zij afstaan voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doelen. De privacy rechten zijn door middel van de AVG uitgebreid. Dit betekent dat er voor de verwerkingsverantwoordelijken (en verwerkers) verplichtingen bij komen.

Verantwoordingsplicht

De basis verplichting die voortvloeit uit de AVG is de verantwoordingsplicht. Deze verplichting houdt in dat organisaties moeten kunnen aantonen dat zij voldoen aan de regels omtrent privacy. De organisaties moeten passende maatregelen nemen die overeenkomen met het risico dat de verwerking van persoonsgegevens met zich meebrengt. De verwerking van persoonsgegevens moet geschieden volgens een aantal beginselen, welke gevonden kunnen worden in overweging 39 AVG. De belangrijkste beginselen zijn rechtmatigheid, transparantie, doelmatigheid en juistheid. Naast deze 4 beginselen moet er ook voldaan worden aan de volgende principes: minimale gegevensverwerking, opslagbeperking, integriteit en vertrouwelijkheid. Door middel van de verantwoordingsplicht wordt aangegeven of de gegevensverwerking voldoet aan de voorgenoemde beginselen.

In beginsel moeten organisaties die onder de AVG vallen een register bijhouden. Dit is niet verplicht indien de organisatie bestaat uit minder dan 250 medewerkers. Hier is echter ook een uitzondering op. Een organisatie (kleiner dan 250 medewerkers) moet wel een register bijhouden als er sprake is van een van de volgende 3 uitzonderingen. Ten eerste als de verwerking van persoonsgegevens waarschijnlijk een hoog risico voor de betrokkene met zich meebrengt. Ten tweede als het niet-incidentele verwerking betreft. Tot laatste als de persoonsgegevens die verwerkt zijn, vallen onder het begrip bijzondere categorie persoonsgegevens (en gegevens betreffende strafbare feiten, waar ik niet verder op in zal gaan). Dit moet dan ook weer een hoog risico met zich mee brengen.

Persoonsgegevens

Naast de registerplicht is de organisatie ook gehouden om onder andere maatregelen te nemen om de verzamelde persoonsgegevens te beschermen, een datalek te melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP) en soms aan de betrokkene, bij risicovolle verwerking van persoonsgegevens de AP te raadplegen en om afspraken te maken met verwerkers.

In de AVG is een onderscheid gemaakt tussen gewone persoonsgegevens en bijzondere categorieën persoonsgegevens. In de bijzondere categorieën persoonsgegevens vallen de gegevens die extra gevoelig zijn en dus ook extra bescherming nodig hebben. Uit artikel 9 lid 1 AVG blijk dat verwerking van persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen, of het lidmaatschap van een vakbond blijken, en verwerking van genetische gegevens, biometrische gegevens met het oog op de unieke identificatie van een persoon, of gegevens over gezondheid, of gegevens met betrekking tot iemands seksueel gedrag of seksuele gerichtheid verboden is. Hier is echter uitzondering op, deze kun je vinden in artikel 9 lid 2 AVG. Het verbod van lid 1 is niet van toepassing als er sprake is van een van de uitzonderingsgronden genoemd in lid 2.

Bijzondere categorieën persoonsgegevens mogen organisaties onder andere wel verwerken als de betrokkene hiervoor uitdrukkelijk zijn toestemming heeft verleend. Zoals eerder benoemd moet deze toestemming vrij zijn gegeven, de toestemming moet specifiek en geïnformeerd zijn en de toestemming moet ondubbelzinnig zijn. Hieruit blijkt dan ook dat de nieuwe verordening de burgers meer controle geeft over hun persoonsgegevens.

Ook bij Schade24 wordt er rekening gehouden met de nieuwe privacywetgeving. Voor het afhandelen van uw dossier zijn er persoonsgegevens nodig. Uiteraard zullen de medewerkers uiterst voorzichtig met uw gegevens om gaan.

Claim via WhatsApp

Het is volledig gratis en veilig