Fraud detection in industry 4.0

As insurance fraud, we refer to false insurance claims that are intended to create benefits from an insurance process. However, while simple fraud can be identified as loss of a valuable and insurable item, an insured’s creativity is not limited by human nature. Planned accidents, for example a motorist braking suddenly and then being hit from behind, are very complex to be detected as fraud.

With the exception of the fact that today we are completely surrounded by digitization and technological advances that offer the possibility to enable signal processing in complex insurance processes, insurance agents are confronted with fraudulent claims that can be detected based on the following techniques:

• Analyze claim history
• Hiring private detectives or a special investigative agency
• Detecting suspicious billing
• Evaluating credit history
•  Internet check, for example social media
• Help from the general public

Cross-checks to detect patternsStatistical methods such as computer data, clustering and classification of the user profile are also known in fraud detection. However, the classic methods do not detect fraud specific to this technological era, as the novelties in technology offer additional opportunities to commit fraud. Cybercrime opens new doors to take advantage of these insurance processes as well.

From a customer perspective, fraud detection methods should not be time consuming so that genuine claims can be handled carefully and within a reasonable timeframe. The process of processing the claims is a very emotional one and so it is important that if an insured, for example, has lost a very valuable property, and thus suffers financial loss, he should not be put under the extra psychological pressure and stress by waiting for his or her promised reimbursement from the insurance company.

Industry 4.0 is accelerating technological evolution and removing at least some of the barriers that existed in the early days of computing due to limitations of memory, bandwidth, etc. Improvements in hardware and software infrastructures enable the development of self-study systems, the so-called artificial intelligence-based platforms. While IBM does this through machine-learning platform IBM Watson, the other technology giants such as Google and Facebook are also on the front line to provide solutions to complex problems such as claims processing and fraud detection.

Artificial intelligence and machines can process large amounts of data in a short period of time. While machine learning techniques can be trained to understand the characteristics of fraud, artificial intelligence can identify the pattern in the data and thus help identify fraudulent claims. We believe these new technology milestones are the game changer for claims management. Fraudulent cases can be recognized in the early process of claims handling and thus save a lot of costs from the insurance perspective. We are currently developing technologies to leverage data exploration and pattern recognition using machine learning techniques and neural networks to detect fraud in our claims management system. However, our focus is on improving the claims handling process so that the pressure on our customers who have suffered a real loss is reduced. The advantage of technology is that we can fully focus on each of our customers and make them feel safe in the digital process of processing their claim.

Aansprakelijkheid bij niet-vaccinatie

Het is de laatste tijd een veelbesproken onderwerp: vaccinatie. De kritiek tegen vaccineren neemt de laatste jaren steeds meer toe. Hoewel dat vroeger wel zo was, is het tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend dat ouders hun kinderen laten vaccineren tegen allerlei verschillende ziektes. Een discussie is daardoor inmiddels ontstaan over het wel of niet verplicht stellen van vaccinatie.

In Nederland is vaccinatie tot op heden niet verplicht. Toch is het overgrote deel van de bevolking ingeënt door middel van een vrijwillige vaccinatie via het Rijksvaccinatieprogramma. Hiermee werd tot voor kort effectief een bescherming tegen allerlei ziektes op groepsniveau in stand gehouden. Er is sprake van een collectieve immuniteit, waardoor een besmetting die bijvoorbeeld uit het buitenland is meegenomen doodloopt op de omgeving waar iedereen is ingeënt. Ook beschermt deze groepsimmuniteit mensen die niet gevaccineerd zijn. Denk aan kinderen die te jong zijn voor vaccinatie, mensen die om medische redenen niet gevaccineerd kunnen worden of gevaccineerde mensen waarvan de immuniteit ernstig is verzwakt door ziekte.

De vaccinatiegraad in Nederland daalt echter steeds meer. Neem als voorbeeld de mazelen. Is de vaccinatiegraad 95%, dan is de kans op een mazelenuitbraak minimaal. In Nederland wordt dat percentage intussen niet meer gehaald, en dus is het tijd voor actie om een mazelenuitbraak te voorkomen.

 

Oorzaak dalende vaccinatiegraad

Hoe is het mogelijk dat de vaccinatiegraad daalt? Dat begint uiteraard bij het feit dat, zoals gezegd, men in Nederland niet verplicht is zijn of haar kinderen te laten vaccineren. Maar tot voor kort bracht dat eigenlijk nauwelijks problemen met zich mee. De vrijwillig tot stand gebrachte groepsimmuniteit wordt echter de afgelopen jaren steeds meer ondermijnd door twijfelaars en critici.

Voorheen waren het voornamelijk gezinnen uit de Bible belt die hun twijfels uitten over het inenten van hun kinderen. Gezinnen uit die regio sloegen de inentingen dan ook veelvuldig over. Hun gedachte daarachter was -kort samengevat- dat zij hun vertrouwen niet stellen in de medische wetenschap maar in God. Doordat het merendeel van de bevolking wel was ingeënt, was deze groep ook beschermd tegen een ziekte-uitbraak.

Waar het vroeger dus grotendeels zijn oorzaak vond in de geloofsovertuiging van sommige mensen, is vaccinatie nu in heel Nederland een punt van discussie. Doordat vaccinatieprogramma’s succesvol zijn en we daardoor al heel lang nauwelijks geconfronteerd zijn met de gevolgen van ziekten zoals mazelen, ziet men het nut en de noodzaak er niet meer van in. Antivaccinatiebewegingen verspreiden daardoor gemakkelijk hun standpunten: ziekten waartegen ingeënt wordt zijn onschuldig en vaccinaties beschermen niet maar zijn juist erg gevaarlijk. Men is bang voor bijwerkingen en consequenties van vaccineren.

 

Risico 

Echter, de recente mazelenuitbraken laten zien dat deze theorieën niet kloppen. Daar waar de vaccinatiegraad laag is, slaat de ziekte gewoon toe. In Nederland was in 2013 al een grote uitbraak en het risico neemt alleen maar toe. De vaccinatiegraad is namelijk gedaald tot onder het minimum.

Het mazelenvaccin wordt gegeven vanaf de leeftijd van 12 maanden omdat het dan pas goed werkt. Voor die tijd hebben kinderen nog antistoffen van hun moeder. Ongevaccineerde kinderen kunnen voordat ze gevaccineerd zijn mazelen oplopen. Maar omdat alle kinderen in Nederland worden ingeënt kan het virus zich hier niet verspreiden. Nu de vaccinatiegraad zo is gedaald is die bescherming er echter niet meer.

 

Aansprakelijkheid

Zo gebeurde het in een peuterspeelzaal in Den Haag dat vier peuters besmet raakten met het mazelenvirus. Een van de peuters was niet ingeënt terwijl dat wel al had moeten gebeuren en heeft de andere peuters besmet. De andere peuters waren jonger dan 12 maanden en dus nog niet ingeënt.

De grote vraag is nu: kan hiervoor iemand aansprakelijk worden gesteld? De ouders van het kind bijvoorbeeld. Het is een lastige kwestie. Want kun je door iets niet te doen toch aansprakelijk zijn wanneer daardoor schade ontstaat? Uit de rechtspraak blijkt dat men in het algemeen niet verantwoordelijk is voor schade die ontstaat door het nalaten van iets. Dat is anders indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:

  • Er is concrete kennis van een gevaarlijke situatie
  • Er is dreiging van ernstig letsel (geestelijk of lichamelijk)
  • Er is een mogelijkheid en een noodzaak om daadwerkelijk iets te doen
  • Er dient een reële verhouding te bestaan tussen de moeite en het gevaar

Deze voorwaarden worden in de rechtspraak strikt toegepast, met name of er concrete kennis was van het gevaar. Bij een aansprakelijkstelling tegen de ouders van een niet-gevaccineerd kind zal dus van belang zijn in hoeverre deze ouders concrete kennis hadden van het gevaar voor anderen wanneer zij hun kind niet laten vaccineren.

Daarnaast is een vraag die gesteld kan worden wat de besmetting nou precies heeft veroorzaakt. Het niet-vaccineren van een enkel kind is namelijk niet de oorzaak van de lagere vaccinatiegraad. Dat is het niet-vaccineren van een hele groep kinderen. Tot slot is moeilijk aan te tonen op welk moment en door wie precies het kind dat ziek is geworden is besmet.

Juridisch gezien zijn er dus wel degelijk mogelijkheden om ouders van een niet-gevaccineerd kind aansprakelijk te stellen. Succes is echter zeker niet gegarandeerd.

Uber. Aansprakelijk of niet?

Uber is een taxidienst die wordt geregeld via een app. De passagier opent de app, toetst de bestemming in om vervolgens op aanvragen te klikken. De passagier wordt gekoppeld aan een chauffeur en dat is het. Zo op het oog niks bijzonders. Toch is er iets bijzonders met Uber aan de hand. De afgelopen maanden was de taxiservice niet heel erg positief. Zes dodelijke ongevallen in zes weken tijd is niet iets om trots op te zijn. Hoe zit dat met de aansprakelijkheid? 

Deeleconomie 

Een deeleconomie is een economie die zich vooral online afspeelt. Bij een deeleconomie gaat het vooral om het delen van ‘online’ diensten. Denk bijvoorbeeld aan Airbnb of Uber. Het doel is om spullen te delen en te lenen in plaats van nieuwe spullen aan te schaffen. Uber is een immens groot internetplatform dat bemiddelt tussen passagier en chauffeur.

Wel of niet in dienst bij Uber? 

In maart 2017 veroorzaakte een Uber-chauffeur een dodelijk ongeval. Uber zegt de aansprakelijkheid niet te erkennen. Op deze manier erkent Uber ook geen verantwoordelijkheid. Kan Uber haar verantwoordelijkheid zomaar afwijzen? Op dit moment kan dat wel. Het belangrijkste vraagstuk is vooral of Uber-chauffeurs in dienst zijn van Uber. In de ‘gewone’ taxiwereld is de aansprakelijkheid goed gereguleerd. Helaas geldt dat niet voor Uber. Bij Uber is het namelijk niet duidelijk wanneer een chauffeur ‘in dienst’ is. Als een chauffeur niet online is in de Uber-app, maar wel doelloos rondrijdt in de hoop een rit te krijgen, zegt Uber dat de chauffeur niet aan het werk was voor Uber en om die reden ook niet in dienst bij Uber.

Het wordt er niet makkelijker op. Het is voor chauffeurs namelijk makkelijk om te switchen tussen online en offline in de app. Op deze manier kunnen chauffeurs onder het Rijtijdenbesluit uit komen. Ondanks dat een chauffeur rondrijdt in een auto met blauwe kentekenplaten, betekent dat nog niet dat hij ook daadwerkelijk taxichauffeur is en ook nog eens voor Uber werkt.

Conclusie

Uber is van mening dat de chauffeurs niet in dienst zijn bij Uber. Het platform spreekt over ‘Uber-app gebruikers’ of ‘partners’. Zou Uber erkennen dat de chauffeurs voor haar werken, dan zou dit al meer verantwoordelijkheid opleveren voor Uber. In de zaak van de jonge vrouw die om het leven is gekomen, heeft Uber ook geen medeleven getoond. Niet naar het slachtoffer en niet naar de chauffeur. Dit alles om enige verantwoordelijkheid te ontkennen. Uber is een bemiddelaar tussen passagier en taxichauffeur. Op deze manier ontloopt Uber haar verantwoordelijkheid en is de kans Uber aansprakelijk te stellen dus zeer klein. De enige persoon die aansprakelijk gesteld kan worden is de Uber-chauffeur zelf. Overigens hoeven Uber-chauffeurs niet te rekenen op enige steun van Uber zelf. Als Uber de chauffeurs zou steunen, zou dit kunnen duiden op een werkgever-werknemer relatie. De werkgever-werknemer relatie zou kunnen aangeven dat chauffeurs in dienst zijn en dat betekent dat Uber wel verantwoordelijk is. Helaas is dat op dit moment niet zo en is de wet- en regelgeving niet op deze internetplatforms ingespeeld.

E-bikes – aansprakelijkheid bij eenzijdige ongevallen op het fietspad

E-bikes zijn de laatste jaren sterk in opmars; steeds meer mensen zien de voordelen in van een snelle, gemotoriseerde tweewieler ten opzichte van de klassieke fiets. Vooral voor ouderen en mensen voor wie het moeilijk is om kracht te zetten, door bijvoorbeeld een beperking, is de komst van de e-bike een onomkeerbare uitvinding geworden. Deze e-bike, ook wel ‘speed pedelec’ genoemd, is vooral populair vanwege zijn snelheid. Zonder al te veel kracht te hoeven zetten bij het trappen, kan de fiets een snelheid bereiken van ruim 40 km per uur. Maar wat is nu precies een e-bike en hoe zit het bij een eenzijdig ongeval?

 

Geldende regels voor e-bikes

In Nederland zijn er voor deze speed pedelecs geen speciale regels ingesteld. Dit komt omdat de speed pedelec gelijkgesteld wordt met de bromfiets. De e-bike moet dus ook gewoon voldoen aan een maximum snelheid van 45 km per uur (waarvan 30 km per uur binnen de bebouwde kom), een gele kentekenplaat en een gemonteerde achteruitkijkspiegel.

 

De bestuurder van de e-bike moet dan ook in het bezit zijn van een bromfietsrijbewijs (type AM), hij/zij moet minimaal zestien jaar oud zijn, hij/zij moet een (goedgekeurde) helm dragen en hij/zij moet WA-verzekerd zijn.

 

Fietspad of rijbaan?

Naast de regels die net besproken zijn, is het ook zo dat de speed pedelec vanwege zijn brommerstatus op de rijbaan of een speciaal daarvoor aangewezen brommerfietspad hoort te rijden. Je mag met een e-bike binnen de bebouwde kom dus niet het fietspad op! Afgelopen voorjaar is de Nederlandse verkeersbranche-organisatie BOVAG de discussie gestart over het toelaten van e-bikes op de fietspaden. Volgens hen schrikt het te veel mensen af om voor de speed pedelec te kiezen, nu het gevaarlijk zou zijn om hiermee op de rijbaan te fietsen tussen het zwaardere verkeer, zoals auto’s en bussen. Dit zou de veiligheid van de e-biker te zeer op het spel zetten. Zij zouden dus het liefst zien dat de e-bikers gewoon gebruik mogen maken van het fietspad, maar zijn de Nederlandse fietspaden hier wel tegen opgewassen?

 

Onderscheid binnen en buiten de bebouwde kom

Ten eerste moet er voor deze discussie een onderscheid worden gemaakt tussen de fietspaden binnen en buiten de bebouwde kom.

 

Binnen de bebouwde kom is het namelijk zo dat speed pedelecs niet op het fietspad mogen rijden. Dit in verband met de veiligheid van andere fietspadgebruikers. Binnen de bebouwde kom wordt er doorgaans minder snel gefietst, waardoor er sneller ongevallen kunnen ontstaan wanneer een e-bike met 30 km per uur langs een fietser met een snelheid van 10 km per uur scheurt. Hier rijden de speed pedelecs dus gewoon op de rijbaan of op de speciaal voor bromfietsers aangelegde paden of wegen. Om deze reden gaan we er hier in dit artikel niet meer te diep op in.

 

Buiten de bebouwde kom mogen speed pedelecs echter wél gewoon op het fietspad rijden. Hier wordt vaak een hogere snelheid aangenomen door normale fietsers en e-bikers mogen hier dan ook een snelheid van maximaal 40 km per uur aannemen. Hierbij schuilen natuurlijk ook een aantal gevaren, want hogere snelheden betekent doorgaans heftigere ongevallen.

 

Eenzijdige ongevallen

Een ongeval waar een e-biker bij betrokken is, komt steeds vaker voor. Logisch, als je je bedenkt dat steeds meer mensen ervoor kiezen om zo’n gemotoriseerde fiets aan te schaffen. Echter, dit zijn niet altijd botsingen met andere verkeersdeelnemers. Wat de laatste tijd namelijk ook veel voorkomt, zeker door het warme weer deze zomer, zijn ongevallen die worden veroorzaakt door de kwaliteit van de weg. Hoewel Nederland hét land van de fiets is, komt het steeds vaker voor dat de (inmiddels toch al oudere) fietspaden beginnen af te brokkelen. Dit zorgt voor gevaarlijke situaties door bijvoorbeeld losliggende tegels of kuilen in het asfalt. Wanneer er in principe geen tegenpartij betrokken is bij een ongeval, wordt dit een eenzijdig ongeval genoemd. Er is niet direct een ander persoon die verantwoordelijk kan worden gehouden voor jouw val.

 

Aansprakelijkheid

Is er bij een slecht wegdek dan niemand aansprakelijk voor jouw schade? Jawel. Wanneer jou iets overkomt op de openbare weg, is doorgaans de wegbeheerder aansprakelijk voor het ongeval en dus ook voor de door jou geleden schade. De wegbeheerder is de bezitter van de weg en in Nederland is dit meestal de gemeente. Er kan dus aanspraak gemaakt worden op een schadevergoeding wanneer je kunt aantonen dat er sprake was van een onveilige situatie, mits dit het gevolg is van het slechte wegdek.

 

Wanneer is er sprake van een slecht wegdek?

Van een slecht wegdek is sprake, indien er door de kwaliteit van de weg een onveilige situatie geschetst wordt. Denk hierbij aan diepe scheuren, kuilen en vreemde hobbels in de weg, waardoor het moeilijker is om over de weg te rijden dan dit normaal gesproken zou zijn op een andere weg. Ook een losliggende stoeptegel kan een aanleiding zijn voor schadevergoeding. Let hierbij wel op dat de tegel minimaal één centimeter boven de grond uitsteekt!

 

Juridische hulp

Het bewijzen van de aansprakelijkheid van de wegbeheerder kan een hele klus zijn. Denk bijvoorbeeld aan het uitzoeken van de kwaliteit van het wegdek en of je vervolgens voldoet aan de eisen voor een schadevergoeding. Wij raden je dan ook aan om je probleem voor te leggen aan een jurist. Schade24 heeft professionele juristen in dienst, die bereid zijn hun juridische kennis met je te delen en je zo goed mogelijk van dienst te zijn.

Wijziging privacywetgeving

In mei 2016 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) gepubliceerd in het Publicatieblad en in werking getreden. Sinds 25 mei 2018 is de AVG van toepassing. Nu deze verordening van toepassing is, is de Wet bescherming persoonsgegevens komen te vervallen. Dit vanwege de rechtstreekse doorwerking van het Europese recht. 

 

Het doel van de vernieuwde privacywetgeving is om de privacywetgeving voor alle lidstaten gelijk te trekken. Tot op heden had elke lidstaat eigen regelgeving omtrent privacy. Daarnaast heeft technologie de afgelopen jaren enorme vooruitgang geboekt. Denk hierbij aan de snelle ontwikkelingen en groeiende mogelijkheden van het internet. Ook dit was een reden voor de wijziging van de privacywetgeving.

 

Het gevolg van deze nieuwe verordening is dat mensen meer controle hebben over de persoonsgegevens die zij afstaan voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doelen. De privacy rechten zijn door middel van de AVG uitgebreid. Dit betekent dat er voor de verwerkingsverantwoordelijken (en verwerkers) verplichtingen bij komen of verzwaard worden.

 

De basis verplichting die voortvloeit uit de AVG is de verantwoordingsplicht. Deze verplichting houdt in dat organisaties moeten kunnen aantonen dat zij voldoen aan de regels omtrent privacy. De organisaties moeten passende maatregelen nemen die overeenkomen met het risico dat de verwerking van persoonsgegevens met zich meebrengt. De verwerking van persoonsgegevens moet geschieden volgens een aantal beginselen, welke gevonden kunnen worden in overweging 39 AVG. De belangrijkste beginselen zijn rechtmatigheid, transparantie, doelmatigheid en juistheid. Naast deze 4 beginselen moet er ook voldaan worden aan de volgende principes: minimale gegevensverwerking, opslagbeperking, integriteit en vertrouwelijkheid. Door middel van de verantwoordingsplicht wordt aangegeven of de gegevensverwerking voldoet aan de voorgenoemde beginselen.

 

In beginsel moeten organisaties die onder de AVG vallen een register bijhouden. Dit is niet verplicht indien de organisatie bestaat uit minder dan 250 medewerkers. Hier is echter ook een uitzondering op. Er moet (bij een organisatie kleiner dan 250 medewerkers) wel een register worden bijgehouden als er sprake is van een van de volgende 3 uitzonderingen. Ten eerste als de verwerking van persoonsgegevens waarschijnlijk een hoog risico voor de betrokkene met zich meebrengt. Ten tweede als het niet-incidentele verwerking betreft. Ten derde als de persoonsgegevens die verwerkt worden, vallen onder het begrip bijzondere categorie persoonsgegevens (en gegevens betreffende strafbare feiten, waar ik niet verder op in zal gaan). Dit moet dan ook weer een hoog risico met zich mee brengen.

 

Naast de registerplicht is de organisatie ook gehouden om onder andere maatregelen te nemen om de verzamelde persoonsgegevens te beschermen, een datalek te melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP) en soms aan de betrokkene, bij risicovolle verwerking van persoonsgegevens de AP te raadplegen en om afspraken te maken met verwerkers.

 

In de AVG wordt een onderscheid gemaakt tussen gewone persoonsgegevens en bijzondere categorieën persoonsgegevens. In de bijzondere categorieën persoonsgegevens vallen de gegevens die extra gevoelig zijn en dus ook extra beschermd moeten worden. Uit artikel 9 lid 1 AVG blijk dat verwerking van persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen, of het lidmaatschap van een vakbond blijken, en verwerking van genetische gegevens, biometrische gegevens met het oog op de unieke identificatie van een persoon, of gegevens over gezondheid, of gegevens met betrekking tot iemands seksueel gedrag of seksuele gerichtheid verboden is. Hier is echter uitzondering op die gevonden kan worden in artikel 9 lid 2 AVG. Het verbod van lid 1 is niet van toepassing als er sprake is van een van de uitzonderingsgronden genoemd in lid 2. Bijzondere categorieën persoonsgegevens mogen onder andere wel verwerkt worden als de betrokkene hiervoor uitdrukkelijk zijn toestemming heeft verleend. Zoals eerder benoemd moet deze toestemming vrij zijn gegeven, de toestemming moet specifiek en geïnformeerd zijn en de toestemming moet ondubbelzinnig zijn. Hieruit blijkt dan ook dat de nieuwe verordening de burgers meer controle geeft over hun persoonsgegevens.

 

Ook bij Schade24 wordt er rekening gehouden met de nieuwe privacywetgeving. Voor het afhandelen van uw dossier zijn er persoonsgegevens nodig. Uiteraard zullen de medewerkers uiterst voorzichtig met uw gegevens om gaan.

Aansprakelijkheid motorrijtuigen

Mocht je als voetganger of fietser deelnemen aan het verkeer, dan ben je volgens de wegenverkeerswet een zwakke verkeersdeelnemer. Artikel 185 Wegenverkeerswet – die op 1 januari 1995 in werking tradt – beschermt deze ‘zwakke’ verkeersdeelnemers tegen sterke verkeersdeelnemers, zoals motorrijtuigen. Maar wat regelt artikel 185 WVW nu eigenlijk nog meer?

 

Zwakke en sterke deelnemers

 

Binnen de Wegenverkeerswet heb je zwakke en sterke verkeersdeelnemers. Zwakke verkeersdeelnemers zijn deelnemers zonder motorrijtuig. Hierbij kun je denken aan voetgangers en fietsers, maar ook trams en zelfs treinen zijn geen motorrijtuigen in de zin van de Wegenverkeerswet. Naast zwakke heb je ook sterke verkeersdeelnemers, dit zijn juist deelnemers mét motorrijtuig. Motorrijtuigen zijn – volgens de Wegenverkeerswet – alle voertuigen die uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel elektronische trekkracht met stroomtoevoer van elders, met uitzondering van fietsen met trapondersteuning. Een scootmobiel valt overigens onder de zwakkere verkeersdeelnemers.

 

Doelstelling

 

Artikel 185 WVW ziet op de aansprakelijkheid van niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemers (zwak) ten opzichte van gemotoriseerde verkeersdeelnemers, maar artikel 185 WVW beschermt voornamelijk de zwakke verkeersdeelnemers. Dit betekent dat als er een ongeval heeft plaatsgevonden tussen een gemotoriseerd voertuig en een zwakke verkeersdeelnemer het gemotoriseerde voertuig in eerste instantie aansprakelijk is voor de schade. Schuld aan de kant van de zwakke verkeersdeelnemer is in deze kwestie niet relevant.

 

Voorwaarden 

 

  • Er dient sprake te zijn van een verkeersongeval tussen motorrijtuig en een niet-motorrijtuig. Enkel een botsing met het voertuig is niet noodzakelijk. Het is voldoende dat het motorrijtuig betrokken is bij het ongeval.
  • Het motorrijtuig moet op een voor het verkeer openstaande weg hebben gereden, dat wil zeggen een weg of pad waar het verkeer kan komen. Een parkeerplaats die bijvoorbeeld is afgesloten met een slagboom – en voor iedereen toegankelijk is – valt hier ook onder. Een privé parkeerplaats daarentegen niet. Onder de term ‘rijden’ wordt verstaan: deelnemen aan het verkeer, dus niet wachtend op een verkeerslicht.

 

Uitzonderingen

 

Net spraken we over dat de eigenaar van het gemotoriseerde voertuig altijd aansprakelijk is voor de schade die is geleden door het ongeval – ongeacht de schuld van de zwakke verkeersdeelnemer – maar er is een uitzondering op de regel. In geval van overmacht is er namelijk sprake van bevrijding van de aansprakelijkheid. Van overmacht is sprake als de situatie of de gedraging van de zwakke verkeersdeelnemer zo onvoorspelbaar is dat de bestuurder van het gemotoriseerde voertuig er geen rekening mee had kunnen houden. De bewijslijst in praktijk is echter lastig. De definitie van overmacht is terug te vinden in artikel 6:75 van het Burgerlijk Wetboek. Daarnaast is 185 WVW niet van toepassing bij:

  • Motorvoertuigen die zaken of personen vervoeren.
  • Schade aan andere motorrijtuigen die aan het verkeer deelnemen of om loslopende dieren.

 

Eigen schuld

 

De eigenaar kan zich beroepen op ‘eigen schuld’ van de zwakke verkeersdeelnemer. Er is sprake van ‘eigen schuld’ als de zwakke verkeersdeelnemer schuldig is aan het verkeersongeval. Mocht er sprake zijn van ‘eigen schuld’ dan krijgt de zwakke verkeersdeelnemer maximaal 50% vergoed van de wederpartij.

 

Schade24 

 

Bij (letsel)schade door een verkeersongeval krijgt u altijd te maken met een verzekeringsmaatschappij. Dit zijn vaak grote organisaties waar het soms lastig kan zijn om de (letsel)schade te verhalen. De schadespecialisten van Schade24 staan voor je klaar om je te ondersteunen bij het schadetraject. Wij doen er alles aan om dit proces zo probleemloos te laten verlopen.

Is een claimcultuur in Nederland schadelijk?

Verenigde staten: er worden miljoenen geëist bij McDonald’s voor het morsen van hete koffie over ledematen. Of er worden dieren in een magnetron en wasmachine gestopt met de gedachte dat dit kan, omdat het niet als waarschuwing in de handleiding stond. Gaat dit de realiteit worden in Nederland? Steeds meer conflicten worden juridisch afgebakend wat kan leiden tot meer juridische wrijving in de samenleving. Maar is dit schadelijk? 

 

Claimcultuur

Er gaan steeds meer verhalen rond die zich richten op een toename van schadeclaims in Nederland. Men spreekt in de huidige tijd daarom ook wel van een claimcultuur. Onder claimcultuur wordt hier verstaan een cultuur waarin burgers elkaar met regelmaat en voor hoge bedragen in juridische zin aanspreken ter vergoeding van geleden schade. Er ontstaat steeds meer ‘voedsel’ voor juridische conflicten. Een deel van deze conflicten gaat over het claimen van geleden schade. Een mogelijke oorzaak is de juridisering van de samenleving. Hiermee wordt bedoeld dat er een bepaalde regeldichtheid wordt gecreëerd. Huidige problemen in de samenleving worden door middel van nieuwe wetgeving en regels vastgelegd. Dit brengt weer nieuwe discussies met zich mee die vervolgens bij de rechter worden neergelegd.

 

Verenigde Staten 

Bij een aansprakelijkstelling moet je belastend bewijs op tafel leggen om de tegenpartij aansprakelijk te stellen. Dit kan soms voor problemen zorgen als de mogelijkheden om het bewijs te verkrijgen beperkt zijn. In de Verenigde staten is het ‘vissen’ naar bewijs binnen zekere marges toegestaan. Het is daar ook niet ongebruikelijk om een rechtszaak aan te spannen om te kijken of er überhaupt een rechtszaak is. Een ‘fishing expedition’ is dan ook toegestaan, dit zou essentieel zijn voor een goede procesvoering.

 

Ford Pinto Memorandum

Een klassiek voorbeeld is het Ford Pinto Memorandum arrest in de Verenigde Staten. In dit arrest had Ford een grimmige kostenberekening gemaakt. Ford berekende namelijk dat het 137 miljoen dollar zou kosten om haar auto’s veiliger te maken, terwijl het uitbetalen van (dodelijke) slachtoffers enkel 49,5 miljoen dollar kostte. Ford besloot dus om niets te doen. De beruchte berekening ofwel het bewijs is boven water gekomen door gebruik te maken van het zogenaamde ‘vissen’.

 

Nederland versus Verenigde Staten

In Nederland kennen we dit soort praktijken niet, althans ‘nog’ niet. De kans is momenteel ook nog er klein, aangezien wij andere wetgeving kennen dan in de Verenigde Staten. Zo moet iemand een ‘rechtmatig belang’ hebben bij het opvragen van informatie. De wederpartij kan echter weigeren om de desbetreffende informatie te verstrekken, indien zij denken dat daar ‘gewichtige redenen’ voor zijn. Deze uitzonderingsgronden maken het vaak lastig om de juiste informatie te verkrijgen.

Het schadelijke is onschadelijk

De taferelen die zich in de Verenigde Staten voor doen zijn wellicht wat aan de extreme kant, maar het kent ook zijn voordelen. Door de ruime mogelijkheden om bewijs te verzamelen en de vaak hoge schadebedragen kan het makkelijker of toegankelijker zijn om iemand aansprakelijk te stellen. Aansprakelijkheid is niet enkel een middel om schadevergoeding te verhalen voor slachtoffers, maar het is ook een manier voor waarheidsvinding en gedragsbeïnvloeding om positieve sociale verandering teweeg te brengen. In de jaren 70 maakten alle autofabrikanten de benzinetank veiliger nadat ze aansprakelijk werden gehouden. Na de aanpassingen konden benzinetanks minimaal een botsing van 80 km per uur aan. En zo zijn er nog vele andere voorbeelden. Het vaststellen van aansprakelijkheid kan worden gezien als een vorm voor private handhaving van wetten.

Aansprakelijkheid arbeidsongeval

Stel je het volgende eens voor: je werkt in een supermarkt als vakkenvuller en terwijl je de bovenste schap probeert te bereiken, om het vak te vullen, komt de hele stellage naar beneden, waardoor je knel komt te zitten met je been. Het gevolg van dit ongelukkige ongeval is een pijnlijke botbreuk aan je rechterbeen. Je bent niet meer in staat om je werk naar behoren uit te voeren en loopt door het ongeval dus inkomsten mis. Ook maak je medische kosten als gevolg van het ongeval. Maar is je werkgever aansprakelijk voor de kosten die gemoeid gaan met de opgelopen (letsel)schade? 

 

Arbeidsongevallen in Nederland

In 2016 ontving de Inspectie 3.785 ongevalsmeldingen. Ruim 67% daarvan heeft de Inspectie onderzocht. Het geregistreerde aantal slachtoffers steeg in 2016 met 14% ten opzichte van 2015. Van deze slachtoffers zijn er 70 overleden als gevolg van het ongeval. Vanaf 2014 neemt het aantal geregistreerde slachtoffers in de sectoren industrie, vervoer en vooral in de bouw toe. De sector afvalverwerking heeft al jaren het hoogste aantal geregistreerde slachtoffers. Het aantal dodelijke slachtoffers is al jaren het hoogst in de bouw.

 

Verplichtingen werkgever

De werkgever heeft een plicht om zijn werknemers in een veilige werkomgeving te laten werken. Hierin is de werkgever niet geheel vrij, daar is namelijk wetgeving voor opgesteld. Deze wetgeving is onder andere vastgelegd in de Arbeidsomstandighedenwet, ook wel Arbowet genoemd. Hier staan algemene bepalingen in die gelden voor alle plekken waar arbeid wordt verricht. De Arbowet is een kaderwet. Dit betekent dat er geen concrete regels in staan. Die zijn verder uitgewerkt in het Arbobesluit en de Arboregeling. Dan is het denkbaar dat een werkgever bijvoorbeeld moet zorgen voor een stillere machine of gehoorbeschermers als werknemers werken met een machine die veel lawaai maakt.

 

Onder welke omstandigheden is er sprake van een arbeidsongeval?

Een arbeidsongeval of bedrijfsongeval, het woord zegt het al, gebeurt onder werktijd. Het begrip ‘werk’ moet ruim worden gezien. Want een ongeval tijdens de middagpauze valt ook onder werktijd, terwijl je dan in de meeste gevallen gewoon een boterham aan het eten bent. Maar ook bijvoorbeeld een werknemer die lopend een boodschap bij de supermarkt haalt in opdracht van zijn werkgever. Of een werknemer die op zijn fiets onderweg is naar zijn werk en door een auto wordt aangereden. Dan zou je denken dat dit buiten werktijd is, maar woon-werkverkeer wordt gelijkgesteld met werktijd. De werkgever is hiervoor bijna altijd aansprakelijk te houden. Dit zijn allemaal voorbeelden waarbij je misschien niet direct bij stilstaat, maar wel degelijk onder werktijd valt.

 

Aansprakelijkheid werkgever

Even terug naar het voorbeeld. Het ongeval is tijdens het vakkenvullen gebeurt en het is dus duidelijk dat dit onder werktijd valt. Je bent opgenomen in het ziekenhuis, omdat je een pijnlijke botbreuk hebt opgelopen aan je rechterbeen. De artsen zeggen dat je nooit meer langdurig kan rennen en hierdoor je favoriete sport voetballen niet meer kan uitoefenen. Er is dus sprake van blijvend letsel. Werkgevers zijn verplicht dit soort arbeidsongevallen te melden bij de Inspectie SZW. De onderzoeken zijn gericht de oorzaak op te sporen om herhaling te voorkomen. Ook heb je schade geleden en kosten gemaakt die niet ontstaan zouden zijn als er geen sprake was van een ongeval. Mogelijk is je telefoon, horloge, sieraad of broek kapot/beschadigd door het ongeval. Er zijn medische kosten gemaakt door de vele ziekenhuisbezoeken. Je carrière als profvoetballer is ook niet meer mogelijk en bepaalde handelingen op het werk zijn moeilijker geworden. De kans is groot dat je al deze kosten en misgelopen kansen of inkomsten kunt verhalen op je werkgever.

 

Schade24 

Bij (letsel)schade door een arbeidsongeval krijgt u altijd te maken met een verzekeringsmaatschappij. Dit zijn vaak grote organisaties waar het soms lastig kan zijn om de (letsel)schade te verhalen. De schadespecialisten van Schade24 staan voor je klaar om je te ondersteunen bij het schadetraject. Wij doen er alles aan om dit proces zo probleemloos te laten verlopen.

Kwalitatieve aansprakelijkheid voor producten

Er zijn twee vormen van aansprakelijkheid. U kunt aansprakelijk zijn voor uw eigen gedrag, ook wel schuldaansprakelijkheid genoemd, of u kunt aansprakelijk zijn voor het gedrag van een ander, ook wel risicoaansprakelijkheid of kwalitatieve aansprakelijkheid genoemd.

U heeft een gloednieuwe televisie gekocht, maar op het moment dat u de televisie aansluit blijkt het product gebrekkig te zijn. De televisie is niet alleen kapot, maar het heeft ook schade veroorzaakt, want op het moment dat u de televisie aansloot is er door een kortsluiting brandschade ontstaan in uw huis. De vraag is nu: wie is er aansprakelijk voor de schade die door een gebrekkig product is veroorzaakt?

Twee factoren spelen hier een belangrijke rol, de producent van het gebrekkig product en de verkoper van het gebrekkig product. Als hoofdregel geldt dat de producent, op grond van artikel 6:187 van het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW), aansprakelijk is voor gebrekkige producten die door hem op de markt gebracht zijn en daardoor schade veroorzaakt hebben. Het kan echter ook zo zijn, dat de verkoper aansprakelijk is voor de schade die door het gebrekkig product is veroorzaakt.

Gebrekkig product

Allereerst dient er gekeken te worden wanneer een product gebrekkig is. Een product is gebrekkig indien het product niet de veiligheid biedt die men daarvan wel mag verwachten. Men moet hierbij kijken naar de omstandigheden van het geval. Denk aan: de presentatie van het product, het redelijkerwijs te verwachten gebruik van het product en het tijdstip waarop het product op de markt is gebracht.
Bijvoorbeeld als de televisie, in dit voorbeeld, heel goed gepresenteerd wordt door te zeggen dat de televisie heel sterk is en nooit kapotgaat. Of als men een plantentafel koopt en die gaat gebruiken als een huishoudtrap, dan gaat het mis. Bij de presentatie van het product speelt de waarschuwingsplicht een grote rol. Een producent dient te waarschuwen voor: mogelijke gevaren die verbonden zijn aan het gebruik, overeenkomstig de bestemming van het product. Als verkeerd gebruik voorspelbaar is, dient er gewaarschuwd te worden voor gevaren die hierdoor kunnen ontstaan. Of voor gevaren die gebonden zijn aan het gebruik van het product dat niet in overeenstemming is met bestemming van het product maar wel voorspelbaar is.

Producent aansprakelijk

Wanneer u kunt bewijzen dat er schade is geleden, er een gebrek aan het product is ontstaan en dat de schade het gevolg is van het gebrek, is de producent aansprakelijk voor gebrekkige producten die door hem op de markt gebracht zijn en daardoor schade veroorzaakt hebben

Echter, is een producent, op grond van artikel 6:158 BW niet aansprakelijk voor de schade als; de producent het product niet op de markt gebracht heeft, het gebrek niet bestond op het moment dat het product op de markt gebracht werd of het onmogelijk is om het gebrek te ontdekken voordat het product op de markt gebracht werd. Dit zijn enkele voorbeelden, er kunnen zich meerdere situaties voordoen waarin de producent niet aansprakelijk is.

Verkoper aansprakelijk

De producent van het product is aansprakelijk tenzij, er sprake is van 1 van de volgende 3 gevallen van artikel 7:24 lid 2 BW. De verkoper het gebrek kende of behoorde te kennen, de verkoper de afwezigheid van het gebrek heeft toegezegd of de schade in de zin van artikel 6:190 sub a BW lager is dan 500 euro. Tevens is de verkoper op grond van artikel 7:24 BW altijd aansprakelijk voor de transactieschade. Transactieschade is de schade aan het gekochte product zelf, in ons voorbeeld de televisie.

Juridische hulp

Het bewijzen van aansprakelijkheid voor producten is niet altijd even makkelijk, er kunnen zich ook uitzonderingen voordoen waarbij een producent of verkoper niet aansprakelijk is voor het product. Wij raden u dan ook aan om uw probleem voor te leggen aan een jurist. Schade24 heeft professionele juristen in dienst, die bereid zijn hun juridische kennis met u te delen en u zo goed mogelijk bij te staan.

Kwalitatieve aansprakelijkheid van ouders voor minderjarige kinderen

Er zijn twee vormen van aansprakelijkheid. U bent aansprakelijk voor uw eigen gedrag, ook wel schuldaansprakelijkheid genoemd, maar u kunt ook aansprakelijk gesteld worden voor het gedrag van een ander, ook wel risicoaansprakelijkheid of kwalitatieve aansprakelijkheid genoemd.

Spelende kinderen maken brokken, maar wie gaat dit betalen? Een van de meest cliché voorbeelden: Een elfjarige jongen gooit een bal tegen een ruit aan waardoor de ruit breekt. Wie kan in deze situatie aansprakelijk worden gesteld? Dit is een vraag waar bijna iedereen wel eens over heeft nagedacht. Het antwoord op deze vraag zullen wij voor u in dit artikel verduidelijken.

Allereerst is het belangrijk om de leeftijd van de minderjarige kinderen in drie leeftijdscategorieën te verdelen. Bij de eerste leeftijdscategorie zijn de kinderen tot 14 jaar oud, bij de tweede leeftijdscategorie zijn de kinderen tussen de 14 en 16 jaar oud en bij de laatste leeftijdscategorie zijn de kinderen 16 jaar en ouder.

Kinderen tot 14 jaar oud

Een gedraging van een kind dat de leeftijd van veertien jaar nog niet heeft bereikt, kan aan hem niet als een onrechtmatige daad worden toegerekend op grond van artikel 6:164 van het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW). Maar op grond van artikel 6:169 lid 1 BW kunnen de ouders van het kind wel aansprakelijk worden gesteld voor de gedragingen van hun kinderen onder de veertien jaar.

Het is van belang dat het kind een als doen te beschouwen gedraging heeft begaan. In ons voorbeeld is dat de elfjarige jongen een bal heeft gegooid tegen een ruit, dit is een gedraging dat als een doen kan worden beschouwd. Het kind heeft namelijk zelf een bal tegen een ruit gegooid, deze handeling wordt als een doen beschouwd. De ouders van het kind kunnen dus aansprakelijk worden gesteld voor de schade dat verricht is door hun kind. Het enkel nalaten levert geen aansprakelijkheid van de ouders op. Bijvoorbeeld als het elfjarige kind glasscherven op de grond ziet liggen maar dit niet opruimt of niet doorgeeft aan zijn ouders of aan anderen mensen.

Verder is het van belang dat de gedraging van het kind als onrechtmatig is aan te merken als zijn leeftijd daaraan niet in de weg zou staan. Hiermee wordt bedoeld dat indien het kind tijdens het verrichten van deze gedraging niet elf jaar maar bijvoorbeeld zestien jaar was geweest, deze gedraging een onrechtmatige daad zou opleveren op grond van artikel 6:162 BW.

Kinderen tussen de 14 en 15 jaar oud

Een fout van een kind die de leeftijd van veertien jaar of vijftien jaar heeft bereikt, is degene die het ouderlijk gezag of de voogdij over het kind uitoefent op grond van artikel 6:169 lid 2 BW aansprakelijk. De ouders van het kind zijn echter niet aansprakelijk indien hun niet kan worden verweten dat zij de gedraging van het kind niet hebben belet. Van de ouders kan niet worden verwacht dat zij hun kinderen de hele dag in de gaten houden. In zo een geval is het kind, op grond van artikel 6:162 BW, aansprakelijk voor zijn eigen gedraging. Dit wetsartikel wordt ook wel de onrechtmatige daad artikel genoemd. Het kind moet een fout hebben begaan welke aan hem kan worden toegerekend

Voor een nalatige gedraging van een kind tussen de veertien en vijftien jaar oud kunnen de ouders op grond van artikel 6:169 lid 2 BW aansprakelijk worden gesteld.

Dit was eerder niet mogelijk voor kinderen tot veertien jaar oud. Dus als een kind van veertien of vijftien jaar oud een brand in een gebouw ziet gebeuren, maar dit niet meldt bij zijn ouders of andere mensen, kunnen de ouders in dit geval aansprakelijk worden gesteld. Tenzij de ouders of voogd niet kan worden verweten dat zij de gedragingen van het kind niet hebben belet, is het kind aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW.

Kinderen 16 jaar en ouder

Vanaf deze leeftijd zijn de kinderen, op grond van artikel 6:162 BW, volledig zelf aansprakelijk voor hun eigen gedragingen. De ouders kunnen dus niet aansprakelijk worden gesteld voor de gedragingen van hun minderjarige kind van zestien jaar en ouder. Tenzij de ouders persoonlijk onrechtmatig hebben gehandeld met betrekking tot de gedraging van het kind. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de ouders weten dat het kind op een onverzekerde scooter rondrijdt en daar geen actie tegen voert. De ouders zijn naast het kind aansprakelijk voor deze gedraging.

Juridische hulp

Het bewijzen van aansprakelijkheid voor minderjarige kinderen is niet altijd even makkelijk, er kunnen zich ook uitzonderingen voordoen. Wij raden u dan ook aan om uw probleem voor te leggen aan een jurist. Schade24 heeft professionele juristen in dienst, die bereid zijn hun juridische kennis met u te delen en u zo goed mogelijk bij te staan.

Claim online

Het is volledig gratis en veilig