Wetsvoorstel affectieschade

 
 

Wanneer een persoon als gevolg van een ongeval of iets dergelijks ernstige letselschade oploopt of overlijdt, is de kans groot dat naasten en nabestaanden van het slachtoffer immateriële schade oplopen. Denk hierbij aan het verdriet en de mentale impact die de letselschade of het overlijden van het slachtoffer kan veroorzaken. Deze immateriële schade kennen wij als affectieschade. Tot op heden komt affectieschade volgens de Nederlandse wet nog niet in aanmerking voor vergoeding. Hier wordt aan gewerkt door middel van een wetsvoorstel dat is ingediend.

In 2010 is een soortgelijk wetsvoorstel al eens verworpen. Met het nieuwe wetsvoorstel is er een tweede poging gewaagd om te zorgen dat affectieschade in aanmerking komt voor vergoeding. Dit voorstel is ingediend op 16 juli 2015. Met dit wetsvoorstel wilde toenmalig minister Van der Steur bereiken dat het verdriet en het leed van naasten en nabestaanden verzacht wordt. Een vergoeding van de immateriële schade kan voor naasten en nabestaanden een stukje erkenning geven. Dit zou hen steun moeten geven om de gebeurtenis te verwerken.

Op 9 mei 2017 is het wetsvoorstel aangenomen door de Tweede Kamer. Op dit moment heeft de Eerste Kamer ook gestemd. Zij hebben dit wetsvoorstel aangenomen en dit zal vanaf 1 januari 2019 van kracht zijn. Er waren echter nog wel wat onduidelijkheden, namelijk de uitleg van het begrip ‘ernstig en/of blijvend letsel’, de behoefte van naasten en nabestaanden aan de schadevergoeding en de groep die in aanmerking komt voor deze schadevergoeding.

In beginsel zal ernstig en/of blijvend letsel worden aangenomen indien er sprake is van een blijvende functiestoornis van 70% of meer. Dit blijkt uit de memorie van antwoord van 6 september 2017. De vraag is hier wanneer die 70% wel en wanneer deze niet wordt bereikt. Leden van de CDA-fractie voorzien dat hier discussie over zal ontstaan. Het antwoord van de Minister van Veiligheid en Justitie is dat er alleen in uitzonderlijke gevallen een vergoeding van affectieschade toegekend kan worden. Alleen de gevallen waar sprake is van een functiestoornis van 70% of meer komen is aanmerking voor een vergoeding van de affectieschade. Het percentage van de functiestoornis wordt bepaald door middel van de AMA-guides. Er wordt dan gekeken welke impact de schade heeft op het functioneren van het slachtoffer. Tevens wordt onderzocht welke gevolgen de schade heeft op het (dagelijks) leven van de gekwetste. Het kan dus voorkomen dat het percentage van de functiestoornis laag is, maar dat er door een grote impact op het leven toch sprake is van ernstig en blijvend letsel.

Voor dit wetsvoorstel is ook de behoefte aan vergoeding onderzocht door onder andere de Vrije Universiteit. Naasten en nabestaanden willen dat degene die aansprakelijk is voor het letsel gestraft wordt. Het zou voor hen dan ook een logisch gevolg zijn dat de veroorzaker de vergoeding voor affectieschade zelf zal betalen. In het nieuwe wetsvoorstel is het echter zo dat de schadevergoeding vaak betaald zal worden door een verzekeraar of het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Het is dus niet zeker of de naasten en nabestaanden uit deze vergoeding voldoening zullen halen. De reactie van de minister van Veiligheid en Justitie is dat een vergoeding de naasten en nabestaanden het gevoel van erkenning door het Nederlandse rechtssysteem geeft. Dit geeft hen het idee dat er wordt stil gestaan bij hun gevoelens en zien dit als een vorm van gerechtigheid.

De kring van mensen die in aanmerking komt voor het ontvangen van een schadevergoeding is ook een punt van discussie. Het is vanzelfsprekend niet de bedoeling dat iedereen zomaar een beroep kan doen op de affectieschade. In het wetsvoorstel wordt gesproken van een ‘nauwe persoonlijke relatie’. Zoals veel wettelijke begrippen kan ook dit begrip op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. De vraag van leden van de VVD-fractie was dan ook of bijvoorbeeld halfbroers en -zussen onder het begrip ‘nauwe persoonlijke relatie’ vallen. In de memorie van antwoord van 6 september schrijft de Minister dat er voor een ‘nauwe persoonlijke relatie’ sprake moet zijn van een hechte affectieve relatie. De factoren die hier een rol bij spelen zijn de intensiteit, de aard en de duur van de relatie. Er wordt tevens gekeken naar hoe deze relatie zich feitelijk standhoudt.

Nu de Eerste Kamer het wetsvoorstel aan heeft genomen, wordt de aanpassing in de wet gevoegd en zullen slachtoffers de mogelijkheid hebben om hun affectieschade te verhalen.

 

Over auteur

T.J. van Es
Letselschade jurist 

 
 

MISSCHIEN OOK INTERESSANT